Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat men dus om ruimte in huis en met ruimte in de kas verlegen zat, is begrijpelijk en doet veel wat ons thans eene zeer verkeerde zuinigheid toeschijnt, al is het met eenige huivering, toch goedkeuren.

Merkwaardig, dat vooral in die dagen vele familieleden om kostelooze uitbesteding verzochten voor de weezen, een feit, dat tegenwoordig zeldzaam plaatsvindt.

Of dit weder tot zich nemen van kinderen door familieleden, toe te schrijven was aan wat plicht gebood of wel de ervaring, dat een verblijf in het Weeshuis om redenen van anderen aard, die met voeding en kleeding in verband stonden, daarvan oorzaak waren, is ons niet duidelijk.

In de vergadering van 10 October 1861 werd voor het eerst de wenschelijkheid uitgesproken voor een nieuw Weeshuis, terwijl inmiddels eene commissie benoemd werd om het bestaande te vergrooten.

Dit scheen op verschillende bezwaren af te stuiten. Blijkbaar had de Algemeene Kerkeraad (Maart 1862) toestemming tot vergrooting van het gebouw gegeven, doch inmiddels het middel aan de hand gedaan van «uitbesteding» ten platten lande. In Mei 1863 werd aan dien wensch op nog al ruime schaal voldaan, door vele kinderen in de buurt van Scherpenzeel en Ede «uit te besteden.»

De Algem. Kerkeraad meende vooral het middel van uitbesteding te moeten aanbevelen, op grond van de uitstekende resultaten, die de inrichting voor stadsbestedelingen daarmede bereikte.

Vasteren vorm verkreeg de wensch om een nieuw huis in 1865.

Op de vergadering van 16 Maart vraagt de bestuur-

Sluiten