is toegevoegd aan uw favorieten.

Van de goedertierenheden des Heeren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duurde niet lang of bedoeld pakhuis stond in < lichte laaie , zoo lezen we. Ten gevolge van de felle wind die juist naar de stichting oversloeg, ontstond er niet weinig gevaar. De stichting was in het bezit van een brandspuit, die door de jongens uitstekend bediend werd.

Toch, in die dagen, was het brandbluschmateriaal niet zóó voortreffelijk als thans; de angst, die er in huis heerschte was niet gering, want het blusschen ondervond veel tegenstand door de felle vorst. Het water dat tegen de belendende perceelen en het Weeshuis werd gespoten, veranderde in reusachtige ijspegels. Voorwaar een fantastisch, doch tegelijk een angstwekkend gezicht! en te weten: dat overbevolkte Weeshuis verkeert in gevaar,... ons dunkt, menigeen zal het hebben aangezien met angst in het hart, en zeker God gebeden om het gevaar te wenden.

De Bestuurders waren in allerijl te samen gekomen en bevonden zich in de stichting. Wat zullen er spannende oogenblikken doorleefd zijn!

Alle kinderen met geheel het personeel, stonden gereed, om, als de nood te hoog en't gevaar te groot werd, te verhuizen naar de Zuiderkerk, waar alles reeds voor de ontvangst in gereedheid gebracht was.

Gelukkig, het beliefde God om het gevaar af te wenden.

Wij lezen daarvan in de notulen: «Te 12 uur des nachts was het gevaar in zoo verre geweken naar menscheliike berekening, dat het Bestuur zonder bezwaar de Weezen ter rwst kon laten gaan, doch als voorzorgsmaatregel besloot, dien nacht het gesticht door een dubbele wacht te doen bewaken.»