Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

namenlijk, zoo lezen we «in de onvoegzame wijze, waarop de muts gedragen werd, waarom zij (de meisjes) eene strenge berisping ontvingen.»

Inmiddels ging het Bestuur geregeld voort met het invoeren van verbeteringen, zoowel wat voeding en kleeding als ligging betreft. Vele bestaande misstanden werden opgeruimd. Weesjongens werden vaak voor diensten gebruikt, die hun belemmerden in de uitoefening van hun vak, of het geregeld volgen van het onderwijs. Zoo behoefden de jongens voortaan niet meer te assisteeren bij 't wekelijksche collecteeren langs de huizen, 't Was ook een zeer eigenaardige gewoonte en misschien werd menigeen, door het zien van den verpleegde en zijn roep in portaal of gang: diaken met de bus«, wel wat luidruchtig aangemaand om te offeren. Wij schrijven echter de belangrijke vermindering van de collecten langs de huizen niet daaraan toe. Het is voor ons een teekenend bewijs, dat de gemeente gedachteloos hare onverschilligheid betoont, in het doen van handreiking aan weduw en wees.

Dat de handelingen van het Bestuur in die dagen, steeds nauwlettend werden gadegeslagen en het niet altijd met welwillende critiek te doen had, bleek duidelijk in het jaar 1880, toen de straf, op twee meisjes toegepast, aanleiding gaf tot veel rumoer in de Pers. Er verschenen zelfs schotschriften en spotprenten. Het lawaai werd zóó erg, dat politietoezicht noodig was, om twee Bestuursleden n.1. de Brs. Meijnink

en van Meer, die in hun zaken dnen nn Hp Rphi-c

bemoeilijkt werden en op straat gemolesteerd, tegen die aandoenlijke liefde van Jan Publiek voor 't Weeskind, te beschermen.

Sluiten