Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De geschiedenis leert, dat de taak van het Bestuur, het zij eene troost voor het tegenwoordige, dat dezelfde ervaring opdoet, niet eene gemakkelijke is.

Meestentijds weten zij, die er buiten staan «hoe» het gedaan moet worden, het belangrijk werk der opvoeding in eene Weezenstichting en aarzelen niet in liet leveren van afbrekende, zelden opbouwendecntizV !

Voor een groot deel moest er vooral in vroeger jaren getobd met personeel, dat niet berekend was voor zijn taak. Wij wenschen er niet verder over uit te wijden. Alleen vermelden wij, dat van 1867 tot 1905 veertien menschenparen beurtelings aan het hoofd der Stichtingen stonden, waarvan een tweetal, elk elf jaren aan de Stichting Tesselschadestraat. Van het groot aantal mutatiën onder het overig personeel zullen we maar geen melding maken, maar dat dit alles van grooten invloed was op den minder goeden gang van zaken, spreekt vanzelf.

Men meende ook dat het telkens verwisselen van predikanten voor het te geven godsdienstonderwijs, op dat onderwijs geen goeden invloed kon uitoefenen, waarom besloten werd dadrin verandering te brengen. De predikanten O. J. Vos Azn.enj. Brummelkamp werden, voor het eerst voor vast aangesteld, om zich met het godsdienstonderwijs (daarin door twee onderwijzers bijgestaan) in de stichting te belasten.

Dat het Diaconie-Weeshuis eens beschouwd werd als een inrichting voor vondelingen, blijkt uit de notulen van 7 Aug. 1879.

President deelt mede, zoo lezen we, dat Maandag j.l. in het portiek, door eene onbekende is geplaatst een

Sluiten