Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Izaamheden konden verricliten, moeten thans betaalde krachten daarvoor in de plaats komen.

Jammer, dat de meeste dames nog altijd denken: wanneer zij een wees als dienstbode ontvangen, op eene volmaakte werkkracht te kunnen rekenen en och, of onze Dames loch eens wilden bedenken, hoe vreemd het voor die meisjes toch wel in den aanvang moet zijn, wanneer ze uit zulk een drukke omgeving, uit een gezin zoo groot als het weeshuis komende, aan zich zelf worden overgelaten in keuken, werkkamer of op den linnenzolder.

Wij vragen voor onze weesmeisjes: niet een misplaatst medelijden, maar een echt medeleven, een hun toekomend indenken in hun gedachtengang, vooral in dien eersten tijd, als zij hun entrée in de wereld maken, die wereld zoo geheel anders, als tot nu door hen gekend!

Om geregeld op de hoogte te blijven van de verhouding tusschen de Dames en onze verpleegden, die tot hunne meerderjarigheid onder toezicht blijven van het Weeshuis, is eene inspeetrice aangesteld.

Natuurlijk zijn ook enkele meisjes buiten geplaatst en over het geheel, luiden de rapporten gunstig.

Zeldzaam is het dan ook, dat meisjes met hun 21ste jaar, het tijdstip waarop de band met het Weeshuis verbroken wordt, om minder goed oppassen een halve, of in het geheel geen tweede uitzet in geld ontvangen.

Het schenken van dit «uitzet» in den laatsten tijd ± ƒ45.— per verpleegde, ook jongelingen, kan geschieden uit het legaat daarvoor speciaal bestemd.

Sluiten