Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De lezer weet dus >rnf hij hier ontvangt, en welke waarde aan de hier uitgesproken denkbeelden te hechten zijn. De brieven mochten indertijd de belangstelling trekken. Motje dat ook het geval zijn, nu eenige er van verzameld zijn; opdat Schrijver en Uitgever zich verblijden, en voorat de laatste in zijn pogen wel moge slagen! Of ook van de Brieven uit de jaren 1888—1900 nog een uitgave zal verschijnen, hangt van omstandigheden af.

Ten slotte zij allen lezers het hoogste goed toegewenscht. Mogen zij, bij de lezing en herlezing van deze brieven, gesterkt worden in het vertrouwen, dat Christus Zijne Kerk in stand houdt, en dat de gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, vergaderd zal worden, door Woord en Geest tot het einde der wereld, naar de werking Desgenen die alle dingen werkt naar den raad Zijns willens.

Mij aangaande, ik eindigde dezen arbeid in het bewustzijn dat ik, niettegenstaande al het incorrecte, het dwalende en zondige, waardoor ook dit werk besmet is, het goede bedoeld heb voor 's II eer en huis, en ik geniet daarbij troost uit het Apostolische woord: ieder is aangenaam in hetgeen hij heeft, niet in hetgeen hij niet heeft. (2 Cor. 8 : 12).

W. H. GISPEN.

Amsterdam, 12 November 1903.

Sluiten