Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Dogmatici aller eeuwen, bestrijden we. We willen het Christendom ontdoen van den stralenkrans van het bovennatuurlijke. Wat wij willen is het zuiver, echt menschelijke; den godsdienst van Jezus, d. i. den godsdienst der humaniteit.

Deze z.g. godsdienst der humaniteit is op 't oogenblik nog de heerschende. Het atheïsme is nog niet als regeeringsbeginsel in de wetgeving uitgesproken. Vormen, namen, gebruiken uit den tijd van de heerschende kerk, worden nog niet prijs gegeven. Te minder omdat zij voor den nieuwen godsdienst nog gebruikt kunnen worden, vooral om dezen bij het volk binnen te smokkelen. Daardoor is de toestand zoo onzuiver en ingewikkeld, dat aan oplossing, aan beëindiging van het proces nog niet gedacht kan worden. Een vervalsching van het geheele leven en een eindelooze strijd over woorden, over het al of niet kaalhoofdige van den man, die nog eenige haarspiertjes op zijn kruin heeft, is hiervan het onmiddellijk gevolg.

Ons geheele leven schijnt tegenwoordig in kwesties te bestaan. En de mensch is den mensch de grootste van alle kwesties. Iien ik of ben ik niet? vraagt men soms zich zeiven af. De hooggeroemde wijsheid van Cartesius kwam hierop neer: „Ik denk; derhalve ben ik." Thans luidt de nieuwste I'hilosophie : ,/Ik eet; derhalve ben ik." Wat is denken? Maar eten; dat is werkelijkheid ! Immers : de koeien en de paarden eten ook. W ie dit betwijfelt, is niet wel bij zijne zinnen. Eten, ziedaar wat waarheid is, objectief zeker. Eten is leven ; want zonder eten gaan we dood, d.i., wordt ons individueele leven weder opgelost in het algemeene. Eerst dan zal de menschheid gelukkig zijn, als zij van alle theoriën van het bovenzinnelijke geheel bevrijd zal wezen, als ze goed den buik vol zal kunnen eten, ja gelukkig, volkomen gelukkig zal ze dan zijn, gelukkig als de lieve biggetjes bij den trog.

En te midden van dit gedrang der geesten staat nu de Christelijke kerk als één tegen allen, jammerlijk verscheurd en verdeeld, meer als terugwerkende dan als vooruit strevende macht, beladen met een last van zonden en dwaasheden veler eeuwen. De Roomsche kerk geheel en al in de knuisten der Jezuieten ; de I'rorestantsche volkskerken geliberaliseerd en ontredderd; de vrije kerken zwak en van geringe beteekenis, voorwerp van aller haat en bestrijding. Dat bij dezen stand van zaken de

Sluiten