Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*

Amsterdammers en dito vaderlanders prijken aan de hoeken der nieuwe straten. Sommige namen zijn wel een halve meter (ellen hebben we niet meer) lang, en een waar kruis om uit te spreken. De praktische Amsterdammers weten er echter raad meê. In plaats van : Pieter Corneliszoon Hoofdstraat, zeggen ze: P. C. Hoofdstraat. De Spinozastraat heet eenvoudig voor 't gemak : Spinaziestraat, en op deze wijze overwint men vele moeielijkheden. Van ,/boutjes" met hooge steken, dikke stokken en degens met zilveren gevesten is geen spoor meer te vinden. Zelfs is er geen v koperslager" met een koperen hoed, dien we als jongens wel eens geplaagd hebben, meer te zien. Er zijn nu eenige honderden agenten van politie, met pickelhauben, hooge laarzen en snorrebaarden, en voor een z/mep" met den stok behoeft een jeugdig Amsterdammer niet meer te vreezen, want het slaan is algemeen afgeschaft, behalve in de scholen. En //spuitgasten", lieve vriend ! spuitgasten staan reeds op ééne lijn met de bewoners der paalwoningen. Er is nu een brandweer, die een lust is om aan • te zien en, in ernst gesproken, een roem voor ons Amsterdam.

Alleen de „wacht om een turfiie", houdt zoo wat gelijken tred met de ontwikkeling op kerkelijk gebied. Dat is, hij leeft nog als zijne voorgangers van voor honderd jaar, en moet zich nog altijd aan een gebedeld vuurtje warmen.

Wat ook vooruitging, de Kerk bleef dezelfde, koud, tochtig en onhuiselijk, gelijk als in de eeuwen die vóór ons geweest zijn. Velen hebben zich, door godsdienstloosheid en onverschilligheid geheel aan haar invloed onttrokken, en houden nu Kerk in de vrije natuur, sigaren rookende. En velen, die nog geregeld elke week, minstens één preek komen hooren, missen daar toch de bezieling en den gloed, dien zij voor het leven gevoelen noodig te hebben. Moeite kost het om de menschen in de Kerk te houden, en nog meer om ze daar wakker te houden. Er zijn predikanten, die dit ook zelf gevoelen. Zij preeken niet meer, maar houden toespraken, met een Bijbelwoord tot motto. Anderen leggen zich op populariteit toe, en verkondigen aan de lieden dat geen vroomheid is //met zijn kop tusschen zijn beenen te loopen." Wederom anderen zijn aardig. Zij plunderen Engelsche en Amerikaansche tijdschriften van godsdienstigen aard, en debiteeren vertelseltjes, anec

*

Sluiten