Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dank zij de uitvinding van den stoom, enorme hoeveelheden aanwezig, en zoo ontstaat er overvoering van de markt en stilstand van arbeid. De verbreiding van kennis en beschaving in alle standen der maatschappij schept behoeften, die de meesten niet bevredigen kunnen. Vandaar algemeene ontevredenheid, opstand, stofvergoding en geldaanbidding. Die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart, dat ondervinden de kinderen der negentiende eeuw, en toch weigeren ze te erkennen, dat ze ongelukkig worden juist door datgeen, waarin ze hun geluk zoeken. Vermeerdering van loon eischt de werkman, en hij begrijpt het niet altijd, dat de huisbaas hem een dubbeltje in de week opslaat, en dat hij door een keer meer uit te gaan, door een lintje en een strikje, om van bier en jenever maar niet eens te spreken, in de zorgen en in de smart komt, naarmate zijn loon grooter wordt en zijne beschaving toeneemt.

Maar de werkman is toch niet de hoofdschuldige. Neen, de ware schuldigen zijn zij, die door hun heillooze theoriön dezen toestand geschapen hebben, die vuur hebben geworpen onder het volk, en nu handen vol werk hebben, om door eene altijd sterkere politiemacht en door talrijke staande legers de uitbarsting der vlammen, zoolang het mogelijk is, tegen te houden. Het zijn de mannen in alle landen, die zich ten doel gesteld hebben de uitroeiing van den Christelijken godsdienst. Geen God, geen hemel, geen eeuwig leven. De natuur en niets dan de natuur. Het vaderland hier, vergelding hiernamaals, — eene dwaasheid. Weg met de papen; laten de predikanten werken, de zendelingen naar de maan reizen, de Bijbel naar den papiermolen, de Kerken . . . maar genoeg om u eenig denkbeeld te geven van het leven in de tegenwoordige Europeesche maatschappij. „God, zeide eens een werkman, terwijl hij met zijn vuist op de tafel sloeg, hier is mijn God, en als deze verrot is, is God ook verrot. Praat mij niet van een God, die honderde eeuwen ons arme drommels zoo vreeselijk heeft laten lijden." Wie God zoo lastert, doet zeker eene zware zonde; maar die hem geleerd heeft zoo te lasteren, heeft grooter zonde. De volksmenners en volksleiders loopen dan ook gevaar om verpletterd te worden onder de ruïnen van het gebouw dat ze zelve bouwden, en dage als het blijken zal te rusten op een zandhoop van ijdele theoriën en God en mensch onteerende leugens.

Sluiten