is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige brieven aan een vriend te Jeruzalem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te maken, dat de bron van het bederf der Kerk voor een groot deel zit in het stelsel van groote gemeenten. Het zou mij toch verwonderen als b.v. te Amsterdam alles zoo keurig in orde was. Als een predikant met twee ouderlingen het opzicht uitoefenen over nog geen 150 zielen, is dit een geheel andere toestand dan wanneer een predikant een kleine twee duizend voor zijn rekening heeft, ook al is het getal ouderlingen grooter dan twee. Vooral in de steden van eenigen omvang en beteekenis moesten er geene gemeenten zijn grooter dan 500 & 700 zielen, En dit is het, wat naar mijn gevoelen, in de afscheiding te veel uit het oog verloren is. Veel te veel hebben we de nieuwe woning ingericht naar het model der oude, en nu kan het niet anders of sommige gebreken van de oude woning komen langzamerhand ook in de nieuwe aan het licht. Bestonden onze gemeenten in het begin veelal uit godvruchtige menschen, streng van leer en van zeden, die in waarheid leefden onder de tucht des Heiligen Geestes, — met de wisseling der geslachten houdt dikwerf de godsvrucht des harten en de godzaligheid des levens geen gelijken tred met de verstandelijke ontwikkeling en den maatschappelijken vooruitgang. Nu moet vaak door uitwendige tuchtmiddelen bewerkt worden wat weleer van zelf ging. Maar hoe zal men voldoende tucht oefenen, als men ternauwernood zijne leden kent, vooral in plaatsen waar de naaste buren elkaar niet kennen en elk leeft voor zichzelven?

Het denkbeeld echter om niet ééne groote, maar vele kleine gemeenten in dezelfde plaats te hebben, is zoo zeer in strijd met onze overlevering en met den heerschenden geest, dat het, naar den mensch gesproken, niet licht ingang zal vinden. De groote Kerk, de Volkskerk, de massale Kerk, de nationale Kerk, de wereldkerk, ziedaar welk begrip ons beheerscht. Een ander begrip te hebben stelt licht bloot aan de verdenking van ketterij. Dadelijk wordt een independent, een labadist, een donatist, in elk geval een dwaalgeest genoemd, al wie het waagt op het heerschende stelsel eenige aanmerking te maken. En toch is dat stelsel gebleken niet in alles goed te zijn.

In verband hiermede is er nog eene zaak, die op den duur de gemeente doet ontaarden, ik bedoel het doopen van alle kinderen die ten doop gepresenteerd worden. Dat de kleine kinderen der geloovigen gedoopt behooren te worden, betwijfel