Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik geen oogenblik. Maar dat onze vaderen ook de kinderen die ze op straat vonden en de kinderen der afgesnedenen doopten, moge logisch en consequent zijn, maar zonder bedenking is het mijns inziens niet. Tusschen het baptisine en katholicisme is een bijbelsche middenweg.

Wij moesten alleen de kinderen der geloovigen doopen, dat is de kinderen van hen, die zich, in leer en leven, als geloovigen openbaren. Dan werden zeker de gemeenten niet zoo groot als nu, dan zouden er meer ongedoopten komen ; maar de gemeente van Christus zou er niet minder door worden. Nu hooien we veel spreken van ,/gedoopte heidenen" d. i. van gedoopte menschen, die als heidenen leven. Menschen, die geen belijdenis des geloofs hebben afgelegd, of die nooit aan het Avondmaal des Heeren komen, laten niettemin zonder eenig bezwaar hun kind doopen, en staan als geloovigen voor het aangezicht Gods in het midden der gemeente. In sommige streken van Nederland spreekt men zelfs van „het doopledenstelsel," en neemt menschen uit andere kerkgenootschappen over, zonder dat ze belijdenis des geloofs kunnen alleggen, en doopt dan terstond hunne kinderen. Zoo komen er toestanden die er niet moesten zijn.

Verdenk mij infusschen niet, mijn vriend, dat ik een volmaakte Kerk zoek of poog te verkrijgen. Denk er slechts eens over na. En ik twijfel niet of gij zult het met mij eens zijn, dat ook al werd met de oude gewoonte gebroken, er nog onvolmaaktheid genoeg zou overblijven.

0 Mei 1879.

Waarde Vriend !

Gij weet wat de oorzaak is, dat ik u in zoo langen tijd, in het openbaar, niet heb geschreven. Gelukkig is de vrees, dat mijne brieven in de handen der vijanden kwaad zouden doen, tot nog toe, althans voor zoover mij bekend is, niet bevestigd. Trouwens die bedoelde vijanden hebben tegenwoordig zooveel met hun eigen huishouding te doen, dat hun de lust wel moet vergaan, om bij hunne arme buurvrouw over de horretjes te

Sluiten