is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige brieven aan een vriend te Jeruzalem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De eene dag is al somberder dan de andere, en storm en onweder en zware regenbuien zijn dagelijks ons deel. 't Is of de natuur met de zedelijke wereld overeenstemt, en in onze rouw en somberheid deelt.

Toen ik, voor eenige dagen, voor het geopende graf stond, waarin enkele uren later het stoffelijk overschot van den Prins van Oranje bij dat zijner doorluchtige voorouders zou bijgezet worden, had ik kunnen weenen. De beeltenis van den Zwijger, daar uitgestrekt op het steenen praalbed, met het hondje aan zijne voeten, wat herinneringen van 't verleden wekt hij op, hoe wonderbaar zoet is het daar eenige oogenblikken te staan mijmeren !

Dat al die aardsche grootheid ten laatste in een graf zinkt, het is eene gedachte die tot ootmoed en weemoed stemt, en losser maakt van de koninkrijken der wereld en al hunne heerlijkheid. Ach, wat moet het toch een gevoel zijn in een gouden koets te zitten, door acht paarden getrokken, en dat met een gebroken hart! Hoe was het onzen Koning en den grijzen Prins Frederik, vooral Prins Alexander, nu onzen Kroonprins, aan te zien, dat zij onuitsprekelijk veel leden! De Kroonprins was in de kerk zoo ontdaan, dat een onderoiticier-drager mij later mededeelde, dat hij en vele zijner kameraden hun tranen niet konden bedwingen, bij het zien van zoo grievend eene smart. Geloof vrij, dat onder de tienduizenden, die aanschouwers waren van de treurige plechtigheid, velen geweest zijn, in wier hart eene stille bede was tot den God der Vaderen voor het geliefde huis van Oranje, bovenal voor den Koning en zijn zoon. O, als we bedenken dat onder die schitterende uniformen een menschen-, een vader- en broederhart klopt; dat de herinnering aan een grootsch verleden en het staren in eene niet zeer heldere toekomst, in iedere familie sombere aandoeningen wekt, dan lijden de geringste burgers met de koninklijke familie mede, en gevoelen we het, dat in vreugde en smarte Oranje en Nederland één zijn.

De Nederlandsche bladen hebben u reeds de tijding gebracht van de financiëele ramp, die inzonderheid Rotterdam heeft getroffen, door het springen van de Afrikaansche handelsvereeniging. Tal van menschen zijn er door getrolfen, en het vertrouwen op onze eerlijkheid is weder diep geschokt. Wij worden meesiers