Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de groote gedachte der Nederlandsche Afscheiding ? Was het kleingeestigheid of grootheid van ziel, die haar in 't leven riep, is er ééne, alles beheerschende gedachte in geheel de beweging? Maar steeds meer geloof ik, dat het vergeefsche moeite is, zich met zulke vragen te kwellen. Het geloof, dat gehoorzaamheid aan den Heere de scheiding of aansluiting bij de scheiding eischte, en dat onderwerping aan de Haagsche Synode ongehoorzaamheid tegen God, ontrouw jegens den hoogsten Wetgever is, dat was en dat is de alles beheerschende gedachte. Om iets nieuws of iets anders was het die kloeke mannen en moedige vrouwen niet te doen.

Later zijn er duizenden bijgekomen, uit behoefte aan eene rechte prediking van Gods Woord, uit behoefte om doop en avondmaal te genieten op eene wijze, die hun geweten niet wraakte, en omdat zij in de Herv. Kerk dat niet genieten konden. Ook zijn er zeer velen door de prediking onzer leeraren tot bekeering gekomen. Het is aandoenlijk, als men hoort op welke wonderlijke, naar den mensch gesproken, toevallige wijze, velen in onze kerken zijn gekomen, en daar het eene noodige hebben leeren kennen.

Deze zaken zijn geschied onder de oogen van vrienden en vijanden, en menig voorstander van de Herv. Kerk zal het moeten erkennen : jarenlang zielevoedsel in onze kerken gezocht en gevonden te hebben. Die arbeid ligt daar voor het aangezicht des Heeren, en met al onze gebreken, in weerwil van alle miskenning en geringachting, heffen we het hoofd op en zeggen : de Heere, onze Rechter, onze Wetgever en Koning, zal ons ook behouden.

En nu schijnt het de weg van God te zijn, ons in geringheid en in vele zwakheden te houden, en zijn naam ons te doen belijden zonder «uitnemendheid van woorden." Vele uitnemende, talentvolle jonge predikanten zijn ons door den dood ontvallen. Geletterde, beschaafde, aanzienlijke lieden, zijn nog altijd zeldzame vogels onder ons, en van die weinigen nam de Heere, hier en daar, soms in den bloei van hun leven, op de smartelijkste wijze van ons weg, en wat aanzien en invloed in het maatschappelijke geven kan, de meeste gemeenten bezitten het niet. Wie dat alles, niet met het oog van een tegenstander, maar met dat van een vriend aanschouwt, hem verwondert het

Sluiten