is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige brieven aan een vriend te Jeruzalem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uwer geruststelling zeg ik dus maar dadelijk, dat we volstrekt geen kwestie over den Doop hebben, ja dat er op 'toogenblik niets in dispuut is, wat eigenlijk een kwestie verdiend te heeten. Natuurlijk denken we niet allen over alles hetzelfde ; maar bepaalde kwesties, verschillen die spanning en zorg veroorzaken, hebben we, Gode zij dank, op 'toogenblik niet.

Maar hoe komen ze dan aan die benaming : „doopskwestie" vraagt ge. Ik moet u eerlijk zeggen, dat ik het niet weet. Doch ik onderstel, dat de bedoelde commissie van advies, die uit degelijke vroede mannen bestaat, hare gewichtige redenen zal hebben om van doopskwestie te spreken, en wij dus die ons onbekende redenen eerbiedigen moeten.

Gelijk altijd, deel ik u ook nu mijne persoonlijke inzichten en beschouwingen over de zaken mede, en gij moet zei ven weten hoe veel of hoe weinig waarde gij daaraan hechten wil. Mijns inziens betreft het advies veel meer de kerkelijke kwestie dan eene kwestie over den doop; de laatste is een gevolg van de eerste, en het geldt de vraag: of de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland personen, die uil andere Kerkgenootschappen of vereenigingen waar gedoopt wordt, tot haar overkomen, of kinderen, die met hunne ouders overgebracht worden, als gedoopten, d. i. als Christenen erkennen mag, ja of neen ?

Door kerkgenootschappen versta ik de wat men noemt oflïcieele kerken : Roomsche, Hervormde enz., en door vereenigingen waar gedoopt wordt b.v. die te Moerdijk van Koeken ; te Kampen, van Fransen; in Zeeland, Van Dijke, Kakker; voorts die te Ermelo van Witteveen; Heerde: Ridderbroek; Enkhuizen: van den Rroek; Franeker: Mooi. Ik noem zoo maar eenigen, die mij op 'toogenblik voor de aandacht komen. Wie kan ze allen opnoemen !

Nu gebeurt het een enkele maal, dat personen uit die kerkgenootschappen of vereenigingen met hunne kinderen tot de Christ. Geref. kerk overkomen. Mag men nu zulke personen en kinderen als gedoopt beschouwen ; allen zonder onderscheid of moet er onderscheid gemaakt worden, en wat is dan de maatstat naar welke men den een zal aannemen en den anderen verwerpen ?

Ziedaar, wat ge door de doopskwestie verslaan moet.

Jaren lang, bijna op elke Synode, is deze zaak, naar aan-