Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

logie van het kruis, van de eeuwige liefde Gods, van dc verzoening. Zij toch geeft ons de levensbeschouwing der hoop, die niet beschaamt, omdat de Heilige Geest die liefde uitstort in onze harten.

Zie, mijn vriend, mijn ziel verlangt soms naar den dag, dat wij aan niets meer denken, dan aan theologie, en dat de schoone en heerlijke roeping van onze Theologische School in een helder, glansrijk licht treedt. O, mocht in het vaderland der Juniussen en Witsiussen en Voetiussen nog weer een geslacht van mannen opstaan, dat enkel en alleen leefde voor de theologie ! De drie talen van het kruis, gelijk de waardige Rrummelkamp des morgens zeide, en de drie talen der moderne beschaving, gelijk zijn welsprekende zoon des avonds zeide, en dan alle wetenschappen van hemel en aarde, van natuur en geschiedenis, allen, als een levend, organisch geheel, waarvan de theologie het hart is, uit de liefde, die is van den Heiligen Geest, beoefend; dat denkbeeld kan mijn ziel bekoren, al is het ook maar in hoedanigheid van „Vriend des Bruidegoms !"

Maar de droevige kerkelijke en politieke schermutselingen, doen soms de vraag rijzen : wie zal leven als God dat doen zal ? Onze eeuw, zegt men, is praktisch, en men wil vooral praktische predikanten. Geen „doorwrochte leerredenen" maar toespraken tot het geweten, een onophoudelijk roepen van brand, een dwingen, liefst in platte bewoordingen, of wel een opzeggen van ouderwetsche dogmatische formules, dat is het wat tegenwoordig nog de grootste toeloop geeft, vooral in Hervormde gemeenten. In onze gemeenten staat men, vooral over 't algemeen, meer op eene degelijke, schriftuurlijke prediking. Maar gij kunt u niet begrijpen hoe de tijden, in dit opzicht, veranderd zijn. In onze jeugd dachten we ons nog een dominé óf op den preekstoel, öf op de studeerkamer. Nu is het mooi als men het een predikant niet kwalijk neemt dat hij ten minste Zaterdags zijn kamer houdt. Men ziet hem 't liefst in de huizen, in allerlei filanthropischen arbeid en vereenigingen van verschillenden aard, van Kerk en Staat, voor huisgezin en maatschappij optredend. En als hij nu maar gaven heeft voor ééne zaak, b. v. slechts een weinig preeken kan, en al het andere even onhandig en gebrekkig doet, is het geen wonder dat hij zich zelf onophoudelijk beschuldigt en door anderen telkens beschuldigd wordt.

Sluiten