Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkiezings-besognes! Ik geloof, vooralsnog niet, dat dit de ware oplossing van het bezwaar is. De Standaard wees reeds, wel tot mijn spijt maar niet ten onrechte, op het verregaande clericalisme dat in dit voorstel zich uitspreekt en doet met een Ds. King gevoelen, dat zijne uitspraak als zoude het zonde voor God zijn, als Donner naar het Binnenhof ging, nog niet geheel als onfeilbaar behoeft beschouwd te worden.

Zoo ziet gij, lieve vriend, hoe wij in het oude Vaderland worstelen. Aan de eene zijde den getneenschappelijken vijand, die de Openbaring en den Middelaar, den Vader en den Zoon verloochent. En aan de andere zijde de belijders van den eenigen waren God en van Jezus Christus, maar onderling verdeeld, en elkander bestrijdend. Wie zal ons het goede doen zien? Evenwel: de Heere regeert, en 't licht zijns aanschijns zal Hij ons niet onthouden.

«5 Maart 1880.

Waarde Vriend!

Dikwerf komt de gedachte bij mij op om het publieke schrijven aan u te staken. Men leest de brieven, en dan vindt de een en dan weder de ander er iets in, waarover hij anders denkt, en de gedachten over vele dingen loopen zóó uiteen, dat men vooraf onmogelijk weten kan hoe dit of dat door het publiek zal opgenomen worden. Antwoordt men op alles, dan kan men wel aan den gang blijven, want het eene woord haalt al licht het andere uit. Antwoordt inen niet, dan heeft het den schijn, dat men boos of hooghartig is. Zoo wordt men altijd schuldig. Daarbij komt mijnerzijds de afkeer van twistgeschrijf, over onbeduidende dingen, die veelal met groote woorden bij het publiek worden ingeleid, zonder dat het publiek merkt dat het bezig gehouden wordt met hetgeen weinig of geen waarde heeft.

Ik weet echter dat gij belang stelt in 't geen onder ons geschiedt, en zeker in de laatste weken menigmaal met bezorgdheid aan ons hebt gedacht. Terwijl de grond onder onze voeten dreunt en nihilisme en socialisme in de politiek; materialisme in de wijsbegeerte; modernisme in de kerk, indifferentisme

Sluiten