is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige brieven aan een vriend te Jeruzalem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene belijdenis gebonden, die verbintenis is in al hare onhoudbaarheid, in den loop der eeuwen, aan het licht gekomen, en wetenschap en beschaving zetten nu de taak voort, waartoe de kerk zich voorheen en uitsluitend geroepen achtte. De belijdeniskerk is de misgeboorte van het nog half' roomsche protestantisme, die voor de vrije, godsdienstige vereeniging moet plaats maken. Leervrijheid is de groote levensvoorwaarde van de protestantsche kerk in onze dagen.

Modernisme, mijn vriend, is niet eene gewone ketterij, eene afwijking van eenig of van eenige aangenomen leerstukken ; het raakt de gronden, den levenswortel van alles wat bestaat, sedert er Christenen op aarde geweest zijn. Het is 't streven om den natuurlijken godsdienst de plaats te doen innemen van den Christelijken.

De orthodoxie nu wil, voor een deel althans, met het modernisme doen wat Sara deed met Hagar en Ismaël, namelijk haaide woestijn inzenden met nauwelijks een bolle broods en wat water, zeggende de zoon der dienstbare zal niet erven met den zoon der vrije. Maar het modernisme laat zich niet zoo makkelijk uit het huis werpen als Hagar en haar zoon. Het beroept zich op zijn natuurlijk recht, en wil voor Izaük niet wijken, bewerende dat deze veeleer de dienstbare is, omdat hij zich houdt aan het geloof in zijner vaderen God.

Nu moet ge hierbij wel in aanmerking nemen, dat een groot deel, misschien het grootste, van al wat verstandig, edel en beschaafd is in de wereld, aan de zijde van het modernisme staat. De orthodoxie wordt algemeen als dom en onverdraagzaam voorgesteld.

Zonder deze dingen goed in het oog te houden, is het onmogelijk iets van den kerkelijken strijd te begrijpen. Oppervlakkige lieden kunnen alles in vijf minuten afdoen. Maar wie een weinig dieper ziet dan de oppervlakte, gevoelt welk een ontzettende worsteling der geesten heden ten dage het leven beroert.

En nu staat geestelijk en stoffelijk in dezen strijd niet als tinnen soldaatjes, waarmede onze kinderen spelen, naast elkander, maar ze zijn in elkander gegroeid. De mensch is noch geheel stof noch geheel geest, en vandaar dat op ieder gebied van het menschelijk leven, de menschelijke werken en ont-