Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de antirevolutionairen de handhaving van de logica des geloofs heeft toevertrouwd, terwijl de ethischen meer de critische en volmakende kracht des critischen geloofs te beschermen hebben.

In Calvijn hebben we beide vereenigd van God ontvangen. Vandaar dan ook, dat deze beide groepen om strijd zich op

Calvijn beroepen.

Gij zijt geesteskind van Calvijn zegt Dr. Gunning tegen Dr. Kuyper; ik ook. Gij zijt zoon der Gereformeerde kerk; ik ook Volgens u is God de eerste en de laatste in het zaligen van den mensch; mijn geheele levenservaring zegt Dr. Gunning, heeft mij daar ja en amen op leeren zeggen : ook ik roem in vrije gunst alleen. De pelagiaan is in mij gedood, opdat de

Christus in mij leven zoude.

Als ik er iets van begrijp mijn Vriend, dan wil de ethische groep op kerkrechterlijk terrein eigenlijk niets. Op critisch terrein staat zij nabij de modernen, ofschoon haar critisch beginsel een geheel ander is. Maar in andere opzichten staat zij weer veel dichter bij de antirevolutionairen, en spreekt onbewimpeld hare eenheid uit met allen, die de verschijning van den Heere Jezus hebben liefgehad. Uitgaande van het zedelijk karakter der waarheid, dwarsboomt zij elke poging die er toe zou kunnen leiden om scheiding te weeg te brengen.

Niet alleen dat zij in scheidingen geen heil ziet voor de nationale

en kerkelijke belangen, maar omdat zij scheiding bovenal in strijd acht met den wil van God en de natuur van het Godsrijk. Wel is er scheiding in den levensgrond zelve tusschen de modernen en hen die in de genade staan, wel zal de scheiding door Christus meer en meer aan 't licht komen ; maar dat zal God zelf doen, in den weg zijner oordeelen, die gaan over de kerk. Gods werk is het te scheiden wat dood is en leeft, opdat het leven, gereinigd en volmaakter, Hem ter eere, uit de oordeelen aan° het licht trede in de belijdende gemeente, wier leden de heerlijke geloofstaal op de dankbare lippen mogen nemen: ik ben een levend lidmaat der kerk en zal dat eeuwig blijven. De ernstigen en gemoedelijken onder de ethischen (men heeft er ook anderen onder, meer half- en half-christenen), de uitnemendsten onder hen gelooven dan ook, aan orthodoxen en modernen beide, telkens de ontzaglijke waarheid te moeten

Sluiten