Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Testamentisch is en dat de bloei van het bovenaardsche Jeruzalem van dit beginsel in de toekomst zal afhangen.

De Vrije Universiteit is een krachtige prikkel om de Nederlandsche Christenen te oefenen in de kunst van geven. De voorvaderlijke ,/kerkcenten" moeten plaats maken voor «offers." Het steunen op de openbare kas voor de geestelijke belangen krijgt er wéér een gevoeligen knak door. Zoo'n universiteit kost, naar men zegt, om te beginnen en als 't zuinigjes aangelegd wordt, een paar ton 'sjaars. En als er dan eens een geneeskundige faculteit aan toegevoegd wordt, dan zal 'ter nog anders inslaan. Wat heeft zoo'n faculteit geen schatten noodig voor allerlei inrichtingen, zonder welke die wetenschap in onze dagen niet beoefend kan worden. De Gereformeerde doctoren zullen toch niet minder wetenschappelijk mogen zijn dan der Aminiaansche of de Materialistische. Het wordt mettertijd een zaak van vele tonnen gouds, die ieder jaar zullen moeten opgebracht worden.

En wat invloed het hebben kan op de kerkelijke toestanden, wie zal het zeggen? Wordt de deur van de Herv. predikstoelen voor de leerlingen der Vrije Universiteit geopend, dan kunnen over een halve eeuw weer een groot deel der Herv. gemeenten eene Gereformeerde prediking genieten. Blijft die deur gesloten, wie weet wat er dan nog gebeurt. Misschien gaan de oogen dan open voor de consequentie : eene vrije kerk moet er zijn, zal eene vrije school waarde hebben.

Onze Christelijke Gereformeerde kerk zal er voorhands niet bij winnen. Het optreden van zoo'n gereformeerde partij in de landskerk is, inzonderheid voor het Nederlandsch karakter, weer een krachtige dam tegen de scheiding. Een menschen leeftijd is niet lang, en die houdt het de tegenwoordige beweging licht uit.

Onze verhouding met die Geref. partij moet zelfstandig doch vriendschappelijk zijn. Ziedaar, mijn geheele program in twee woorden uitgedrukt. Zelfstandig en vriendschappelijk. Wij gaan onzen weg; zij den hunnen. Of die beide wegen nog eens weder samenloopen zullen op één weg, dat laten we, biddend en wachtend en werkend, aan het bestuur onzes Gods over.

Sluiten