Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want ik ga spoedig dat goeie, lieve Amsterdam verlaten, ik heb er genoeg van, en werk me niet langer dood voor een ander.

En waar is de reis naar toe ? vroeg ik.

Naar Amerika, luidde het antwoord.

Naar Amerika? riep ik uit. Alsof ze in Amerika nog geen bombarie genoeg hebben. Een man als jij naar Amerika, met een mooie zaak, en een kapitaaltje waar een afgescheiden dominé kostelijk zijn tekorten uit zou kunnen suppleeren en nog een voorbeeld van Christelijke liefdadigheid zou kunnen zijn. Hoe krijg je 't in 't hoofd of denk je soms dat 't in Amerika opgeschept is ?

Opgeschept of niet, hernam Bombarius, ik ga naar Amerika. Je weet, dat ik altijd een jongen geweest ben die wat durfde, en sinds ik wat anders heb leeren kennen, heeft die natuur wel een knak gekregen, maar, geheel er uit, is ze niet. Bovendien, een Christen heeft zijn Vaderland boven, en de geheele aarde is des Heeren. Met fratsen heb ik mij nooit opgehouden, en voor mijn part mogen ze heel Amsterdam tot een speelplaats maken en op alle kleine steentjes een diender zetten. Wie lust heeft om zijn leven lang voor huishuur en belasting te werken, doe het. Ik ga naar het land der Vrijheid, der toekomst, des overvloeds. Op Nederland rusten de oordeelen en men valt er over jonkers en baronnen en schoolmeesters en fatsoenlijke menschen, die allemaal werken moeten als ezels, arm zijn als mieren, en trotsch als pauwen. De boeren zijn over een jaar of wat dood arm en lijfeigenen van de groote grondbezitters. Kooplieden, die geen zwendelaars willen zijn, zul je aan 't spoor zien staan om pakjes te dragen, en verloopen lui worden commissarissen, directeuren, agenten van allerlei groote ondernemingen, die den kleinen burger en winkelier den nek breken, en het overschot van algemeen welvaren verslinden als roofdieren hun prooi. En kom je op kerkelijk en godsdienstig gebied, 't is misère wat je hoort en ziet. Er is geen liefde meer onder het volk ; alles wordt gedaan om de duiten en een beetje eer. Met een vroom praatje scheuren ze den Bijbel aan flarden, en kwajongens durven de oude vromen voor weetnieten uitmaken, en zeggen dat ze op de schouders der vaderen staan. Als ik aan de z. g. Hervormde kerk denk,

Sluiten