Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar eigen herder, die haar bewerkt, die haar kent en dien zij kent.

Maar dat doen de Roomschen zeggen wij Gereformeerden, en met dit te zeggen maken we ons van de zaak af. \\ ij twisten over afscheiding, schriftkritiek, Christelijk Nationaal of Christelijk Gereformeerd en vele andere dingen, en onder de hand wrijven de Roomschen van pleizier in de handen, en bouwen lastig voort aan hunne kerken en gestichten.

En ze hebben volkomen gelijk, dat ze zoo doen. In een land waar hunne godsdienst als vervloekte afgoderij verboden geweest is, zich er weer zoo boven op te werken, dat is zelfvoldoening en voor hen een bewijs dat de kerk van Petrus de ware kerk is, in welk bewijs zij een goudmijn en een zedelijken steun bezitten van niet geringe waarde en kiacht.

Te Rotterdam heeft onlangs de politie zekeren Meng in bescherming moeten nemen tegen de volkswoede. Deze Meng moet vroeger een streng orthodox prediker geweest zijn, die zeker soort van vromen aardig wist te behagen. Maar tegenwoordig is hij een andere richting toegedaan en houdt hij Zondagsmorgens atheïstische preeken. Het Rotterdamsche janhagel schijnt hier handtastelijk tegen opgekomen te zijn, en nu is de voormalige broeder Meng een martelaar voor de vrijheid, een beschermeling der liberalen, een kleine Multatuli, een die veel gedragen heeft. De man schijnt in zijne godslastering mm of meer onfatsoenlijk te werk te gaan. En dit is het vooral wat het volk ergert. Gij weet dat wij, Nederlanders, hoogst fatsoenlijke menschen zijn. Onze moeders leerden ons altijd het mooie handje te geven en met twee woorden te spreken. Nu mogen wij met slijk werpen, mits we het doen met het mooie handje; het heilige lasteren en elkander beleedigen, mits we het doen met twee woorden en niet „jij" maar „uwe" zeggen. Treedt ergens in een Hervormde Kerk een deftig man 0p°°in een deftig kleed, op deftige wijze predikende dat de toegerekende gerechtigheid van Christus het een en het al is, wat waarde heeft, en dat al dat tobben over de heiligmaking niets is dan werkheiligheid en Farizeïsme; dat de zondaar gelijk is aan den bijl, dien een profetenzoon in 't water liet vallen, welke bijl alleen door een wonder naar boven kon komen ; o, dan is er een elite van Christenen, zich verdringende om dien

Sluiten