Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kansel, en zich verblijdend, dat in onze dagen de volle Christus, al is het dan ook niaar door een enkel man, weder verkondigd wordt. Maar wanneer deze zelfde dingen in een of ander Nazareth, en minder fijn, maar meer verstaanbaar worden verkondigd ; wanneer daar de zondaar naakt wordt uitgekleed, en den medezondaren het dubbelzinnig genot te beurt valt van naakte zondaren te zien, o, dan geven die zelfde Christenen hun verontwaardiging lucht en spreken allerlei kwaad van zulk een onfatsoenlijk prediker.

Zoo zijn wij. En terwijl wij ons telkens opwinden en inspannen voor niets, wordt de maatschappij om ons heen atheïstischer van dage tot dage. Er is, op Christelijk gebied, geen gezonde ontwikkeling, geen veranderd worden van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest. Het is een vallen van het eene uiterste in het andere uiterste. Van Calvijn tot Rousseau geen ware vooruitgang. En nu vooruitgang bij de fleet. Heden deterministisch, morgen calvinistisch. Heden een onheilige morgen perfectionist. Heden een vereerder van Kant en Hegel, morgen aan de voeten van een winkelier of dienstbode, theologie leerende. Heden een prediker van bedorven mystiek, morgen verkondigende het evangelie naar Multatuli!

Dit zijn de zware tijden, in welke het God behaagd heeft ons te laten leven en worstelen.

Het geloof is voor velen nog slechts een verstandsding, eene zienswijze, eene richting, een standpunt. Gelukkig, mijn vriend, als we door God op eene plaats gezet zijn, waar wij, niet bloot niet ons verstand, maar met geheel ons wezen waarlijk staan.

17 Februari 1882.

Waarde Vriend !

In de al'geloopen week zijn we verrast door het altreden van den Minister Six en het optreden van den hoogleeraar Pijnacker Hordijk in zijne plaats.

De heer Six heeft, gedurende zijn ministerschap, veel moeten hooren, dat zeer grievend is voor een mensch. De antirevolutionairen hebben zich in deze ook niet onbetuigd gelaten.

Sluiten