Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wij gevoelen ons kwalijk, we zijn onpasselijk, in ongelegenheid en netelige omstandigheden bevinden we ons." Dat wil men uitdrukken door het woord malaise.

Ik woonde dezer dagen een meeting bij in de groote zaal van Frascatie, waar een 800 a 1000 menschen bijeen waren, en hoe dikwijls ik daar het woord malaise hebbe hooren noemen, weet ik niet. De meeting was belegd over de vraag: Censusverlaging of Grondwetsherziening? De arbeidersstand was ruim vertegenwoordigd. Enkele mannen met petten en een eindje pijp; de meesten echter met fantasiehoeden en sigaren. Gij weet, ik houd er van menschen te zien. Maar ik kon nauwelijks gelooven, dat ik mij in mijne goede, oude vaderstad bevond, zoo vreemd kwamen mij al die gezichten voor. Geen enkele type van den ambachtsman van voor dertig of veertig jaren. Soins verbeeldde ik mij, dat ik mij te Parijs of Berlijn bevond, en er waren oogenblikken, waarin zoo gefloten, gesist, geschreeuwd en met handen en voeten lawaai gemaakt werd, dat ik wezenlijk aan de bekende kalmte van mijn volk begon te twijfelen.

Links van den Voorzitter, bij den groep der radicalen, zaten eenige dames; terwijl midden onder het volk, zeker omdat we nog geen algemeen stemrecht hebben, de vrouw van een ambachtsman door mij werd opgemerkt. Het verschijnsel, dat de Nederlandsche vrouw tijd en lust heeft voor politieke meetings, is, dunkt me, veel beloovend voor de toekomst, en voorspelt aan onze zonen en kleinzonen huiswijven, die het eten laten aanbranden omdat ze verdiept waren in 't Hijblad, en's avonds geen tijd hebben om 't goed van de kinderen na te zien en 's mans kousen heel te houden, wijl zij naar de vereeniging moeten, of de meeting niet konden verzuimen ! Het bijzonder belang moet immers wijken, waar het algein eene belangen geldt ?

Mr. van Houten, lid van de Tweede Kamer, leidde het onderwerp met een uur sprekens in. Met noordsche kalmte, ernst en helderheid zette hij de zaak uiteen, en betoogde het valsche van censusverlaging, en de noodzakelijkheid en mogelijkheid van grondwetsherziening, in de richting naar algemeen stemrecht. Ik had er groot genoegen in en werd versterkt in het oordeel, dat ik sinds lang van den heer van Houten had, dat hij een eerlijk man is met een eerlijke overtuiging. Och, dacht

Sluiten