is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige brieven aan een vriend te Jeruzalem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15 December 1882.

Waarde Vriend !

Het is thans weder een genot de couranten te lezen en te zien hoe de heeren in den Haag op Ministers schieten. De begrootingsdebatten zijn in vollen gang. Ieder dubbeltje wordt conscientieusch omgekeerd, omgekeerd, omgekeerd, tot dat de heeren ten laatste zeggen : nu ja, toe dan maar !

De Minister van Justitie had het dit jaar nog al hard te verantwoorden, van wege het in den at'geloopen zomer uitgevaardigde verbod om op duiven te schieten, en daardoor het genot van eenige aanzienlijke lieden te verstoren. Er waren onder de volksvertegenwoordigers, die dit verbod beschouwden als eene overtreding van de constitutioneele jachtwet, en den Minister, beschuldigden, dat hij onder 's Burgemeesters duiven had geschoten. Hoe is 't mogelijk, niet waar, dat mannen, aan wie de hoogste belangen des lands zijn toevertrouwd, den moed hebben om met zulke dingen een door heel het land en door alle partijen hooggeëerd dienaar des konings te bemoeielijken, en te zeggen : „Excellentie, wij willen het niet zoeken, maar ... zoo wij wilden, uw strijd voor het leven der duiven, zou uw ministerieele

dood kunnen zijn !

Duizende kinderen worden, door overheidsdwang, tegen den wil der ouders, wie weet met welke besmette stof, gevaccineerd ; honderde ambtenaren worden door de Overheid gedwongen den Zondag te ontheiligen, en schier alles wat de Staat uitvoert is ellendiger dan hetgeen particulieren doen ; maar deze dingen laten dat soort van Hoogmogenden koud als ijs en hard als marmer!

Doch iedereen is gaarne een man van beginsel. En dat is een groot ongeluk in onze dagen. Er zijn nooit veel menschen op de wereld geweest, die zelt' een beginsel hadden. De meesten moeten altijd leentje buur spelen. In onze eeuw wil men dit niet erkennen, en geeft iedereen zich uit voor een man van beginsel, al loopt hij ook in grootvaders laarzen.

Onze tegenwoordige Minister van Justitie wordt nu beschuldigd, dat hij het beginsel van staatsalbemoeiing of Staatsalmacht

huldigt, en naar verwezenlijking van dat ideaal streelt. De

9