Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik niet. Maar indien de Hooge Raad der Nederlanden, in zake de „handhaving der leer," nu eens van hetzelfde oordeel is, ziet het er met dat beroep op „historische rechten" inderdaad donker uit.

13 April 1883.

Waarde Vriend !

Dezer dagen in een partijtje oude boeken snuffelend viel mijn oog op een kwartijn, zijnde een bundel preeken van Ds. J. Vollenhove, in het laatste der zeventiende en het begin der achttiende eeuw predikant te 's Hage, over de voortreffelijkheid der rechtvaardigen. De inleiding op een dier preeken begint met deze merkwaardige woorden :

„Van alle dieren, die den aardbodem betreden, is geen zoo moeilijk te regeeren als het met rede begaafde dier: de mensch."

Aangenomen dat wijlen Ds. Vollenhove den mensch een dier noemt niet in Darwinistischen zin, moet het, dunkt mij, toch erg stichtelijk en verheffend geweest zijn, zich in de kerk dieren te hooren noemen, die van alle dieren des velds het moeilijkst te regeeren zijn, en hadden de Hagenaars reden om tevreden te zijn over hun predikant.

Wat zou Ds. Vollenhove wel gezegd hebben, hadde hij geleefd in onzen tijd, en ware ZEw. een getrouw lezer geweest van het Hijblad of een huisvriend van Graaf van Lynden van Bandenburg ! Misschien zou ZEw. thans zeggen : van alle niet rede begaafde dieren, die den Nederlandschen bodem betreden, zijn geen zoo moeilijk te regeeren als die met de waardigheid van volksvertegenwoordiger bekleed zijn !

Prof. Spruyt gaf onlangs, in den Tijdspiegel, zijne verwondering te kennen, dat mannen van verstand en karakter nog lust kunnen hebben om in de Tweede Kamer-atmospheer te ademen. Ik heb dat ook dikwijls gedacht, maar durf zulke dingen niet zeggen. Dat er zijn, die er lust toe hebben verwondert mij niet. Voor alle betrekkingen toch zijn menschen te krijgen.

Zoo als gij uit de Standaard weet heelt onze Tweede Kamer Graaf van Lynden, een „schop" gegeven, en met hem het ge-

Sluiten