is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige brieven aan een vriend te Jeruzalem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onlangs heeft in onzen gemeenteraad de heer Hovy, ook als raadslid een uitnemend man, het dagelijksch bestuur geïnterpelleerd over de toepassing der Zondagswet op de tentoonstelling.

Het antwoord dat hij kreeg was erger dan bedroevend, het was grievend.

Bij zulke gelegenheden komt het onderscheid en de strijd tusschen den modernen en ouderwetschen geest op droevige wijze aan het licht. Zondagsheiliging acht men goed voor wie daar lust en tijd toe heeft, en de politie waakt dat in de nabijheid der kerkgebouwen geen stoornissen plaats hebben. Zondagsheiliging wordt eene private, niet eene publieke zaak geacht. Het Handelsblad deed dan ook onlangs den voorslag om den Zondag te noemen een vrijen dag, waarop het volk zijn arbeid staakt. Op dien dag moet het gelegenheid hebben oin zich te veredelen. Musea, concerten, schouwburgen moeten dan voor dit doel geopend zijn. Reisgelegenheden en al wat tot uitspanning dienen kan, moeten dan onder ieders bereik zijn. Wie ter kerke wil gaan mag dit dan ook doen.

Ziedaar den modernen geest, waaruit onze maatschappij leeft en waardoor zij beheerscht wordt.

Hieruit laat het zich dan ook verklaren dat er Christenen zijn, die op Sociaal of algemeen maatschappelijk gebied optreden met bewijsgronden aan het algemeen belang ontleend. Voor die argumenten vindt men hier en daar nog wel eens een open oor. En vandaar ook het verschijnsel dat b.v. in de vereeniging tegen de publieke ontucht een bekende godverzaker en socialist naast een orthodoxe dominé en een roomsch katholiek geestelijke optreedt. „Profeten linksch, Profeten rechtsch, het wereldkind in 't midden," zegt Goethe ergens, en zoo is het ook hier. Maar met dat al is het een afmattende worsteling, en wordt het steeds meer bezwaarlijk om op de tegenwoordige inrichting en ontwikkelingsgang der maatschappij de Hijbelsche sabbatswetten toe te passen.

Voor inenschen, die hun eigen zaken hebben, of in het bezit zijn van spoorwegen en tramaandeelen is het nog wel uit te houden. Maar voor de duizende ondergeschikten, de moderne slaven van de moderne maatschappij, gelijk men hen wel eens noemt, wordt het van jaar tot jaar moeilijker. Met hunne vrijheid verliezen zij ten laatste ook hier en daar het lidmaatschap der Christelijke