is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige brieven aan een vriend te Jeruzalem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

154

gemeente, zij hebben slechts de keus tusschen het met vrouw en kinderen verhongeren ot' het verrichten van dienstwerk op den Zondag.

Dat is ook een vloek der hedendaagsche toestanden. Heeft iemand zooveel vertrouwen op den Heere, dat hij lot en weg aan de voorzienigheid Gods kan overlaten, dan is het wel. Maar voor wie dat geloof niet heeft en dan nergens uitkomst ziet, is het onbeschrijfelijk bang.

15 Juni 1883.

Waarde Vriend!

Onder de vele moeilijkheden, die een mensch, in zijn aardsche bestaan overkomen kunnen, behoort ook deze, dat hij niet geboren is als vechtersbaas, maar met eene vredelievende natuur. Vooral in onzen tijd van kiesvereenigingen, vereenigingen tot oefening in den wapenhandel, weerbaarheids-corpsen enz. valt het denzulken zwaar zich staande te houden. Men moet thans vechten, of men wil of niet. En daar m. i. de echte vechter, evenals de echte dichter, geboren en niet gemaakt wordt, is het voor iemand, die tegen wil en dank vechten

moet, een zware tijd.

Evenwel, het is niet anders : de mensch heeft een strijd op de aarde, en onze Heere Jezus heeft gezegd : „strijd om in te gaan." Bleef het nu maar bij dezen strijd, dan wisten we ook van wien we wapenen, lust en krachten verkrijgen konden, en waren zeker van de overwinning.

Doch er komt zooveel bij. De mate van onze getrouwheid aan den Heere en Zijn woord wordt somtijds beoordeeld naaide mate van vechtlust, die wij openbaren tegen broeders, die op dezelfde wijze hopen zalig te worden als ook wij.

Op het oogenblik, dat ik dit schrijf, is de verkiezingsstrijd in Nederland in vollen gang. Het gaat er warm naar toe, dat verzeker ik u. Liberalen en Antirevolutionairen zijn de twee groote legers, die op het slagveld elkander de zege betwisten. Van weerszijden begrijpt men, waar het om gaat. Het Antirevolutionaire leger heeft dit op zijn tegenstander voor, dat het