Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In een Prov. Synode, te Delft in 1721 gehouden, werd een reglement opgesteld genaamd : Visitatie-Reglement, hetwelk door ons Christ. Geref. tot in 1882 gebruikt werd, en waarin o. m. gevraagd wordt:

of in de Kerkeraads-boeken zijn geinsereert of door dezelve geschreven en jaarlijks voor de visitatie der kerken voorgelezen worden ? namelijk de middelen tegen het Pausdom en deszelfs aanwas Anno 1(551 en 1652?

Aan den vollen Kerkeraad wordt gevraagd : of er ook eenige Paapsche schouten en Regenten zijn, alsmede Paapsche-Jezuieten of Klopscholen, of ook geordende Papen, Monniken of Jezuieten ? De visitatores moeten derzelver getal en namen opteekenen.

Als ik de kerken visiteeren moest heb ik deze dingen (gij weet, ik ben min of meer irenisch) maar overgeslagen. Maar eenmaal is het mij overkomen dat, bij gelegenheid der visitatie mijner Kerk, de vraag gedaan werd. Ik heb toen geantwoord : Ik zou het u niet kunnen zeggen. Wel weet ik dat ze er zijn, maar het is mij niet mogelijk u de namen op te geven, want

hun naam is legio.

Ik werd niet berispt, en had zelfs de voldoening om op het streno-e gelaat der visitatores duidelijk een lach waar te nemen.

Zoo kunnen de tijden veranderen. Onze vrome vaderen hebben vele zomerdijkjes gelegd, die gebleken zijn tegen den vloed en wind der leere, die uit het hart en brein des menschen voortkomen, niet bestand te wezen.

Dat de Calvinisten in 1883 een man kiezen tot volksvertegenwoordiger, die zich schuldig maakt aan hetgeen in onzen Catechismus genoemd wordt „eene vervloekte afgoderij," welke volgens art. 30 onzer Gel. Helijd. door de Overheid moet „uitgeroeid worden," is een sterk sprekend teeken des tijds. Het is eene van die vierkante cirkels, waarmede de wereld vervuld is.

Het hedendaagsche Calvinisme is niet meer in alles aan het vroegere gelijk. In de Staatkunde volgt het meer den nobelen weg van den grooten Zwijger, den Vader des Vaderlands, dan het streven van zijn toornenden tegenstander Petrus Datheen. Ik voor mij acht dit geen verlies maar winste, en vind dan ook in de handeling van de antirevolutionairen te Delft en van het Centraal Comité niets berispelijks. Het is eene wijze

Sluiten