is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige brieven aan een vriend te Jeruzalem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vindt gij het ook niet opmerkelijk, dat de Apostel Paulus nooit en nergens de Christenen vermaant om de mannen des Ouden Verbonds anders dan in hun geloof te volgen ? Jacobus spreekt ook van Elia, maar alleen om aan te toonen, dat een krachtig gebed des rechtvaardigen veel vermag, en van Job als een voorbeeld van verdraagzaamheid.

In het algemeen zegt Paulus : weest mijne navolgers, gelijkerwijs ik van Christus; en wederom : zijt dan navolgers Gods als geliefde kinderen. Hieruit leid ik af, dat het echt Christelijke niets anders is dan het navolgen van Christus, en dat de geest en zin van alles wat Christus geleerd en gedaan heeft uit niemand zoo duidelijk als uit Paulus geleerd en gezien wordt. Het wezenlijke, alle waarheid van het Oude Testament is in Christus, en wie Christus volgt behoeft nooit bevreesd te wezen, dat hij aan de waarheid van het Oude Testament te kort doet of daar tegen zondigt.

Het zelfstandig optreden van Paulus, het stichten van onathankelijke, afgescheidene Christelijke gemeenten in de heidenwereld was dan ook geen daad van wanorde maar openbaring van de hoogste, door God gewilde orde in de nieuwe bedeeling. Het was de vervulling van het woord van Christus; zij zullen U uit de Synagoge werpen ! In het oog der joden en der joodschgezinde christelijke behoudende richting was hetgeen Paulus deed in volkomen strijd met den wil Gods in het Oude Testament geopenbaard. In het oog van Paulus daarentegen was, hetgeen hij leerde en deed niets anders dan de vervulling van het Oude Testament, omdat het was eene navolging en uitwerking van hetgeen Christus geleerd en gedaan had, hebbende getuigenis van de wet en de profeten. Het komt in Paulus niet op de broeders uit Israël te willen dwingen tot eene levenswijze, die hun geweten in strijd acht met den wil van God. Hij gelooft dat hetgeen oud is, ook nabij de verdwijning is en wil het om zoo te zeggen, zijn eigen dood laten sterven. Het eenige wat hij wil is waarheid en oprechtheid, ook in het aankleven en handhaven van het tormeele van het Oude Testament, opdat het geschiede „den Heere en niet den mensch". Maar met den ijver van een dienaar des Nieuwen Testaments komt hij op tegen het drijven deiIsraëlitische Christenen, die de Christenen uit de heidenen wil-