Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den dwingen naar de wijze van Mozes te leven. Dat noemt hij «een wederom bevangen worden met het juk der dienstbaarheid."

20 Juni 1884.

Waarde Vriend!

Van het begin der scheiding af, hebben die Hervormden, die nog het meest met de belijdenis der Gereformeerde Kerk sympathiseerden en nog min of meer zuiver kerkbegrip hadden, als groote ja als de grootste grief tegen de afgescheidenen gehad : de stichting van een nieuw kerkgenootschap tegenover de bestaande Hervormde Kerk.

z/Bij sympathie voor de afgescheidenen betreur ik de afscheiding", placht de heer Groen van Prinsterer te zeggen. Dit denkbeeld komt telkens uit, in de geschriften van dezen Meester, gelijk als in de //Brieven van Wormser" en vele andere geschriften uit het eerste tijdvak der kerkelijke beweging.

Kohlbruggianen, Ledeboerianen en anderen met hen, ze speelden allen uit denzelfden toonaard.

Verzet tegen de Haagsche Synode kon en wilde men niet veroordeelen.

Dat men, eenmaal uitgeworpen zijnde, een licht getimmerte opsloeg om tijdelijk onder dak te zijn, doch dat ook met een zucht weer verdwijnen kon ; zie, dat achtte inen niet ongeoorloofd.

Maar dat organiseeren van een wezenlijk kerkgenootschap, daar zat en zit iets van diabolus achter!

Nu is het, geloof ik, met de stukken bewijsbaar:

1. dat de eerste afgescheidenen de stichting van een nieuw kerkgenootschap gezocht noch gewild hebben ;

2. dat zij, afstand doende van de titels, rechten en goederen van het Nederlandsch Hervormd kerkgenootschap, alleen voor overmacht bezweken zijn, dit genootschap beschouwende voor niets anders dan het creatuur van koning Willem I, nooit en nimmer iets anders willende zijn dan de voortzetting van de Christelijke Gereformeerde kerk, die van de dagen der Her-

Sluiten