Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niets is. Ik geloof dat zij waarlijk ter goeder trouw zijn, als zij de oorlogen des Heeren in onze dagen oorlogen.

De geleerde en scherpzinnige mannen, die de oorlogen leiden, spreken natuurlijk niet zoo. Toch weet ik, en weet ieder Christen bij ondervinding, dat de verbeelding dikwerf eene groote rol speelt, zelfs in onze heiligste verrichtingen, en de dingen, die we gaarne zien komen of als aanwezig aanschouwen, spoediger geloofd worden, dan dingen van tegenovergestelden aard.

Zoo is het ook met de voorstelling, dat de Ned. Herv. Gemeente te Amsterdam nu is eene wezenlijke Gereformeerde Kerk, gereformeerder nog dan hare jongere, gescheiden zuster. Wettelijk is alles nog als in de dagen van Meijboom en Spijker. En dit zou dadelijk blijken, als de Gereformeerde Kerk van Amsterdam eens een leeraar uit de Gescheiden kerk riep ; ot, in den Naam des Heeren, de Moderne en andere predikers van valsche leer en ketterij, van het ambt ontzette; het Avondmaal des Heeren aan openbare ongeloovigen en die in grove, openbare zonden leven, ontzeide; of al was het maar een leeraar bemoeilijkte, die weigerde op Woensdagavond te doopen, of andere minder ingrijpende bepalingen van de S}rnodale reglementen te overtreden.

Wettelijk hebben alle richtingen en partijen, even als in den Staat, in de Kerk dezelfde rechten. Het is de vraag maar, wie door het algemeen stemrecht, overhand over zijn tegenstander behaalt, en overmacht oefenen kan. En nu is het een zeer opmerkelijk verschijnsel, dat de anti-revolutionairen te Amsterdam, gescheiden en niet gescheiden, dikwerf nog gesteund door de Roomschen, niet eens den man hunner keuze in den Gemeenteraad kunnen brengen, en de candidaten der Gereformeerden in de Kerk steeds op het kussen komen.

Dit teit teekent, dunkt me, zeer scherp den eigenaardigen toestand. De geheele Amsterdainsche burgerij, die tegen de revolutie is en zooveel belasting betaalt, dat zij bevoegd is om leden voor den Gemeenteraad te kiezen, kan zelfs met Roomsche hulp, haar candidaat er niet doorkrijgen; en alleen die leden der partij die tot de Ned. Herv. Kerk behooren kunnen altijd de mannen huns geestes in kies college en kerkeraad, in school en Godshuis-bestuur, in de financieele en kerkelijke conunissiën, de macht in handen geven.

Sluiten