is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige brieven aan een vriend te Jeruzalem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28 Augustus 1884.

Waarde Vriend !

Eene van de diepst ingrijpende kwesties in de tegenwoordige samenleving is, wat men noemt, de vrouwen-kwestie. De plaats die de vrouw behoort in te nemen, de wijze van voorziening in hare levensbehoefte, hare opvoeding, haar onderwijs, hare burgerlijke en staats-burgerlijke rechten, eri veel wat met al het °opgenoemde in verband staat, maakt thans het onderwerp van veler nadenken en gedachtenwisseling uit.

Er is geene zaak waarin het misbruik van de Christelijke vrijheid, de groote zonde van onzen tijd, zoo aar. het licht komt als in de z. g. vrouwen-kwestie.

Paulus zegt: Gij zijt tot vrijheid geroepen broeders; alleenlijk gebruikt de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vleesch.

Dit woord wordt door tienduizenden vergeten. En juist dit is de oorzaak in den diepsten grond, van den Staatsdwang op zoo velerlei gebied. Als de menschen weigeren het zachte juk van Christus te dragen, moeten zij gebukt gaan onder het ijzeren juk van menschelijke willekeur, politie-macht en staatsoverheersching.

Dezelfde apostel, die tegen het misbruiken der Christelijke vrijheid zoo nadrukkelijk waarschuwt, zegt ook tot mannen en vrouwen : Gij zijt één in Christus.

In dit woord ligt de vrijmaking der vrouw, hare opheffing uit den diep vernederden en verlagenden slaafschen toestand, waarin zij onder het heidendom en gedeeltelijk zelfs onder Israël verkeerde. De hooge plaats, welke de vrouw onder de volken, die geene Heidenen of Turken zijn inneemt, heeft zij uitsluitend aan het Christendom te danken. Zelfs de Israëlietische vrouwen hebben hare plaats in het huis des mans, de ontheffing van het lijden dat een mededingster kan veroorzaken, de zekerheid van niet ieder oogenblik in gevaar te zijn van een scheidbrief te krijgen, geheel hare verhouding tot huisgezin en maatschappij, niet aan Mozes maar aan Christus te danken.

Op het gebied der vrouw openbaart zich de revolutie, de opstand tegen God, vrucht van het ongeloof, in het woord: