is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige brieven aan een vriend te Jeruzalem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeggen: zie zoo, nu zijn wij op dc veilige plaats, hier moeten wij staan blijven, want de ondervinding heeft geleerd dat we, vooruitgaande, gevaar loopen orn op een verkeerd spoor te komen, te derailleeren en in den afgrond te storten.

Op dit doode punt staat de eens zoo bloeiende kerk van het Oosten reeds sedert eeuwen. De Westersche kerk schijnt er ook heen te loopen. De macht van het Protestantisme is voor een groot deel gebroken, eensdeels door het ontijdig afronden van een stelsel dat, even als dat van Rome, Kerk en Staat, dus den geheelen mensch omvat, anderdeels door het vrijmaken der rede van het gezag der H. Schrift, dat is, de losmaking van den band tusschen den mensch en zijn God, de ontzaglijke propaganda der goddeloosheid.

Wie, door Gods genade, aan deze propaganda zich leert onttrekken, wordt nu, zonder dat hij er iets aan doen kan, tot de andere zijde gedrongen, en leert volgen, hakende naar eene plaats, waar hij veilig is; of belandt bij de eene of andere secte, waar men door allerlei kunst- en vliegwerk, den schijn van groote opgewektheid en bijzondere heiligheid levendig houdt.

Ik houd het voor een veeg teeken, dat de strijd over de Afscheiding zoo levendig blijft. De vrucht van den strijd zal, vrees ik, hoofdzakelijk bestaan in een toenemend fanatisme. De vrienden van de „Oude Gereformeerde Kerk" zoo als zij liefst het Ned. Herv. Kerkgenootschap noemen, klemmen zich met toenemende hartstochtelijkheid aan hun kerk vast. „De Heere is opgestaan om zich over Zijn Sion te ontfermen", in dit geloof worden zij vaster, naarmate de eene partij de andere partij overvleugelt.

Onze waarde broeder Littooy heeft een waardig woord gesproken, en den moed gehad om het uit te spreken dat ook van de zijde der Christelijke Gereformeerden niet altijd met de heilige wapenrusting gestreden is en wordt. Ik ben hem daar zeer dankbaar voor, en hoop dat zijn woord er veel toe zal bijdragen om de zwakken onder ons te sterken, en ons allen te sterken in de wetenschap dat, als de Heere het huis niet bouwt, de bouwlieden tevergeefs arbeiden, en dat, als de Scheiding uit God is, God dan ook er toe brengen zal allen die Hij er toe geroepen heeft.