Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laten en hun arbeid der Christelijke aandacht te bevelen, met den wensch dat:

Godt de Vader onses Heeren Jesu Christi onser aller herten vervullen wil niet den Geest der Danckbaarheydt, om hem met Ziele, Hert, Mondt, Kele, Tonge, Woordt, Werck, Gesangh, ende alles wat in ons is, in alles door Jesum Christum te dancken van nu aan tot in-der Eeuwigheydt; opdat wij niet alleen hier op der Aerden met den Geloovigen Wenschen ; maar oock namaals in-den Hemel, met de verheerlyckte Heyligen ende Engelen voor des Lams Throon mogen singen, Alleluia; Amen.

Met de troostrijke wetenschap, dat er reeds in denjare1615 menschen van allerlei humeuren gevonden werden, en den wensch, dat gij steeds in goed humeur moogt blijven eindig ik.

1 Mei 1885.

Waarde Vriend !

Meen niet dat dit Oudste Gezangboek nu zoo door en door Remonstrantsch is en dat daarin de oorzaak van den afkeer tegen gezangen gezocht moet worden. De uit het latijn vertaalde gezangen der oude Kerk uitgenomen, maakt het op mij den indruk van een rijmbijbel, niet welluidender dan de psalmen van Datheen, maar zonder den rijkdom van denkbeelden. Ik kan er noch Reinonstrantsche noch Gereformeerde denkbeelden in ontdekken. Maar ik durf mij niet als een beoordeelaar van gedichten bij u aanmelden, en daarom wenschte ik het hierbij te laten.

Laat mij u nog het een en ander mogen mededeelen uit de voorrede van Dr. van der Linde.

Deze geleerde schrijft:

,/Er schijnt geen poging tot rechtstreeksche invoering van het gezangboek te hebben plaats gehad. Voor zoover bekend, zwijgen al de talrijke strijdschriften van dien tijd er geheel van; op de Dordsche Synode van 1618—1619 is er niets daaromtrent voorgevallen ; de gebannen Remonstranten hebben nooit naar het boek omgezien ; in één woord, het is even spoorloos verdwenen als verschenen."

Sluiten