Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eèn bespotting zijn van het Christelijke levensideaal. De herleving der orthodoxie heeft, tot nog toe, op het algetneene maatschappelijke leven geen invloed. De beschaving beschouwt het Christendom als een phase in de menschelijke ontwikkeling, die we achter den rug hebben. En over al deze schrikverwekkende dingen ruischt het woord des Heeren : Wat is er meer aan Mijn wijngaard te doen, hetwelk ik aan hem niet gedaan heb ?

De volksregeering is bij ons nog pas aan het opkomen. Kan zij eenmaal het zoover brengen als in Amerika, dan zal het in. i. de vraag zijn, of niet het gemis van onderworpenheid ook aan het Kerkelijk gezag zal maken, dat de kerk der democratie despotiker zijn zal dan de kerk van den Paus.

31 Juli 1885.

Waarde Vriend !

Voor eenigen tijd schreef ik u eenige beschouwingen over Amerikanisme. Ik zeide o. a. dat wij in Nederland het verschrikkelijk vinden, dat in Amerika leeraars van verschillende kerkgenootschappen bidstonden en meetings houden.

Men heeft dit in Amerika gelezen, en in ernst opgevat, wat ik in ironie schreef. Dit spijt mij zeer, te meer omdat het mijn eigen schuld is, als de menschen mij zoo misverstaan. Ik moest niet ironisch zijn, waar ik het zoo telkens ondervind, dat de menschen geen ironie verdragen kunnen, en den weemoed niet kunnen begrijpen, waaruit de ironie ontspringt.

De kerkelijke verdeeldheid van de Hollanders in Amerika smart mij evenzeer als de verdeeldheid in ons eigen land. Ik heb er een aangeboren, natuurlijken afkeer van, en wensch niets liever dan in vrede met mijn naaste te leven.

Mijn gedrag bewijst daarenboven, dat ik het niet verschrikkelijk vind met leeraars van andere Kerken bidstonden te houden. Een aantal jaren hield ik de Week der gebeden in de groote kerk te Zwolle met Hervormde en Luthersche predikanten. Op Zendingsfeesten trad ik dikwijls op, ook in bidstonden voor het Christelijk onderwijs. Een enkele maal predikte

Sluiten