is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige brieven aan een vriend te Jeruzalem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kregen rechten, en geseculariseerde kerkgoederen, waarvan de Staat ten minste rente moet betalen, en komen de Roomsche geestelijken en Hervormde predikanten vooral voor dit z.g. recht op.

Zelfs de geavanceerdste Antirevolutionairen hebben het nog niet verder gebracht dan den eisch tot uitkeering, na onderzoek en uitspraak van den burgerlijken rechter, wie de rechthebbende is.

Hoe langer hoe meer begin ik dan ook te begrijpen dat er geene macht is, die het geweten zoo verstompt als het geld. Het geld verstompt nog meer dan de drank en de ontucht, want het verstompt 't geweten der Christenen !

Er zal dan ook, m. i., nog heel wat moeten veranderen in het land eer art. 168 der Grondwet geschrapt wordt. Tegen onrecht en onbillijkheid hebben de machthebbers in deze wereld nooit erg opgezien, en de nuttigheidsreden, gepaard met de zucht om toch geen nieuwigheden in te voeren, hebben vooral in Nederland groot gezag.

Intusschen zal het practisch gevolg van den tegenwoordigen toestand zijn, dat de dienaren des Woords steeds kariger beloond zullen worden. Het Rijk denkt slechts aan bekrimping van uitgaven, allereerst natuurlijk op het hoofdstuk : Eeredienst. De nieuwe redactie van art. 1(58 in het ontwerp Grondwet ademt geheel dien geest, en de stemmingen der Kamer, in de laatste jaren, bewijzen dat men betaalt, omdat men het niet durft na te laten, en zooveel mogelijk beknibbelt.

En dit is de geest van heel de tegenwoordige maatschappij, de Christenen niet uitgezonderd. Te Amsterdam b.v. is het tractement der Hervormde predikanten nog precies hetzelfde wat het was voor vijftig jaren, terwijl de kosten van eene huishouding schier verdubbeld zijn. Een heel enkel uitgelezen predikant kreeg nog wel eens eene woning ten geschenke en wat levensverkwikkingen of hulp voor de opvoeding der kinderen, maar dat gaat meer en meer tot de hooge uitzonderingen behooren. Er moet zooveel geld zijn voor Christelijke scholen, armenverzorging en allerlei philantropischen arbeid, dat men het andere niet eens meer denkt, ja het eenigszins als zonde beschouwt er aan te denken.

Ik kan en wil hier echter niet verder indringen. De Heere