is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige brieven aan een vriend te Jeruzalem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den kalen hoed. Maar daarmede is de zaak dan ook weder voorloopig afgedaan.

Onderscheidene van onze broederen zijn vol geestdrift over de stellingen van Prof. Jhr. de Savornin Lohman van de laatst gehouden Deputaten-vergadering teruggekeerd. De motie Wielenga kon er echter niet door, en dat is zeer begrijpelijk. Want behalve de moeilijkheden die in het algemeen omtrent art. 1(38 bestaan, maakt de tegenwoordige toestand der Hervormde Kerk de zaak zoo ingewikkeld, dat de scherpste geest geen uitweg ziet. Ik voor mij heb de grootste hoogachting voor prof. Lohman en heb nog nooit aan de eerlijkheid zijner bedoelingen en de oprechtheid zijner woorden getwijfeld. Maar hoe theoretisch zuiver en helder hij ook gewoon is de kwesties te stellen en kalm te beredeneeren, practisch houdt hij zich aan de Herv. Kerk en wel als voorstander van de gereformeerde partij. Die partij weet vrij goed wat zij wil, ook ten aanzien van art. 168. De souvereine macht van iederen Kerkeraad en de benaming: „Kerken," voor de plaatselijke genieenten, wordt met grooten nadruk gepredikt ook met het oog op de gewenschte //afrekening" tusschen Staat en Kerk. Wat nu deze partij wil, willen al de andere partijen niet. Hoogstwaarschijnlijk de Regeering ook niet. En om nu alle moeite te voorkomen, ook met het oog op de gereformeerden en hunne kerkelijke politiek, zal men zich nog wel honderd maal bedenken eer men aan art. 108 gaat tornen.

En of men dan ook een onrecht bestendigt, en de belastingpenningen van allen ten behoeve van enkelen gebruikt, de liberalen hebben altijd getoond op dit punt een zeer ruim geweten te hebben, en zullen zich van deze dingen niet veel aantrekken. Eerst als de Christenen opwaken, en gewetenszaak wordt wat nu nog verstandswerk is, zal het anders worden.

9 Oef ober 1885.

Waarde Vriend !

Over de volksbewegingen, die tegenwoordig heel Nederland