Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat was het dan, dat de schorsing van bijna geheel den algeineenen kerkeraad had uitgelokt en het Classicaal bestuur recht gaf om op te treden en te doen hetgeen des Kerkeraads is ?

In den loop van den namiddag werd dit punt opgehelderd en vernam men, dat de schorsing geschied was om een verandering in het Reglement op het beheer van de kerkelijke goederen, fondsen en inkomsten der Ned. Hervormde gemeente.

Om u dit duidelijk te maken zal ik afschrijven wat Ds. Hoogerzeil daaromtrent mededeelt in zijne brochure over den Kerkelijken strijd te Amsterdam no. 2.

„Van het jaar 1810 bezit de Gemeente, wat hare kerkelijke goederen betreft, „vrij beheer" d. w. z. geen kerkelijk of ander college heeft met dat beheer iets te maken, of kan er eenig toezicht op uitoefenen.

„In genoemd jaar is, „door Burgemeester en Wethouders, op last van den Landvorst en ter voldoening van een besluit van Lodewijk Napoleon, van het beheer afstand gedaan." De groote, Algemeene Kerkeraad heeft het toen overgenomen en na de Gemeente geraadpleegd te hebben, geregeld. Hij droeg het op aan een Commissie, welke uit kerkeraadsleden en Gemeenteleden bestond, den naam van kerkelijke Commissie droeg, die door den kerkeraad werd gekozen en van hem haar reglement en instructie ontving. De kerkeraad beschouwde zich in deze, en dat u-as hij ook als de wettige mandataris deiGemeente.

Toen in het jaar 1820 de zaak van het beheer der kerkelijke fondsen in Noord-Holland werd geregeld, bracht dit in den toestand te Amsterdam geen verandering, want Koning Willem I stond aan Amsterdam toe, dat het aldaar op den bestaanden voet zou blijven."

„Zoo bleef het dan ook tot in het jaar 1869. De kerkeraad oefende in naam der Gemeente, die zijn lastgeefster was, het beheer over de kerkelijke goederen en iondsen der Ned. Hervormde Gemeente te Amsterdam uit. Zijn rechtsgrond was de overdracht in 1810 en de bevestiging van een en ander door het Koninklijk besluit van 1820."

„Maar bij Koninklijk besluit van 9 Februari 1869 werd de band tusschen de kerkvoogden en de Regeering losgemaakt, en dit maakte het ook te Amsterdam noodzakelijk dat men de

Sluiten