Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

| Rijzonder genotvol is het om tegenwoordig de dagbladen dei-

Liberalen te lezen. Wat zijn die lieden toch overgelukkig ! Zij doen denken aan het kinderrijmpje:

| //Pluk mijn ;

j 'k Zal alle dagen zoet zijn !"

' De beste voornemens van de wereld bezielen hen thans.

Tegenover de overwonnenen zullen ze grootmoedig zijn. De | grieven aangaande het onderwijs zullen ze zooveel mogelijk

i wegnemen. Het kiesrecht bijna algemeen maken. De grond-

I wet herzien. Het evenwicht tusschen 's Lands uitgaven en

inkomsten herstellen. Het Atjeh-zaakje opknappen. Handel en nijverheid doen herleven en andere kleinigheden in orde brengen. Daarbij : Ku vper geslagen ! Domela Nieuwenhuis een jaar in de cel. | Wat heerlijke tijden gaan we tegemoet.

I Dikwerf beklaag ik in mijn hart de Christenen, die, door

aanleg en karakter of aangewezen levensroeping zich met Staatkunde bezig houden; dat zij er ook moeten zijn, neeni ik gaarne aan. Wij die deze roeping niet hebben, zijn grootelijks schuldig omdat we niet genoeg voor die broederen bidden, als we hen zien loopen op dat glibberig pad. In plaats van hunne lasten mede te dragen, maken we dikwerf allerlei aanmerkingen op hun doen en laten, en worden hard en onbillijk j in ons oordeel als zij niet dadelijk tot stand brengen wat wij

vvenschen. Beets zegt ergens :

»Gij groote mannen bedillen ? Hans, laat naar 11 kijken !

Men snijdt het glas met diamant:

Den diamant met zijn's gelijken !"

Maar wij wonen tegenwoordig in eene wereld, waarin bijna niet anders dan groote mannen leven. Ministers en Staatsj lieden zijn slechts voor het grijpen. Klein, ootmoedig, beschei¬

den te zijn ; 't is kinderachtig, beginselloos, 't verraadt gebrek aan overtuiging! Wie nog voor iets tellen zai, moet over alle zaken, de moeilijkste en ingewikkeldste niet uitgezonderd, een vaste opinie hebben, op staanden voet kunnen zeggen hoe 't wezen I moet en uitgaan van de onderstelling dat hij 't zoo maken kan.

En dat alles moeten we kunnen al inproviseerende, want tijd tot nadenken en onderzoek is er niet veel. Wij leven zoo snel, dat onze geest van de eene kwestie op de andere kwestie, niet vogelensnelheid moet kunnen springen.

18

Sluiten