Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekleedde, welke behoorde tot de verstrooide schapen van Ds. Ledeboer. De man kwam nooit in onze kerk. Alleen als ik in eene vacature in de nabijheid prediken moest kwam hij onder mijn gehoor. Tot aller verbazing gaf hij, op zekeren tijd, zijne begeerte te kennen om lidmaat onzer gemeente te worden. Hij verklaarde na veel gebeds en Schriftonderzoek tot de overtuiging te zijn gekomen, dat hij niet goed deed voor God met zoo op zich zeiven te staan. De bezwaren, die hij steeds gehad had, bleef hij behouden. Zij betroffen vooral het loslaten van de kerkelijke goederen en het aanvaarden der godsdienst-vrijheid onder Koning Willem I. Maar hij had ingezien dat het w e z e n 1 ij k e van eene gereformeerde kerk toch bij ons gevonden werd en nu geloofde hij dat de punten, waarin hij het niet eens was, niet de leer der zaligheid en de op Gods woord gegronde kerkregeering betroffen. Wanneer wij geloofden hem met zijne bezwaren te kunnen aannemen, was hij daartoe bereid. Wij hadden natuurlijk geen het minste bezwaar, want wij beschouwen deze punten als bijkomstige zaken, die, al zijn ze geheel verkeerd, het wezen van eene kerk en van ons kerkelijk leven niet raken. Het zijn beschouwingen.

De werkelijkheid is, dat wie, in onze eeuw, de waarheid en hare handhaving boven alles kiest, de publieke kerkelijke goederen gewisselijk kwijt raakt. De beschouwingen daarover laat men ons houden.

In den laatsten tijd is mij dit geval nog al eens voor den geest gekomen, en zoodoende kwam ik er op om het u inede te deelen.

25 Maart 1887.

Waarde Vriend!

Bijna alle bladen, groote en kleine, Christelijke en gewone, hebben melding gemaakt van den dood des heeren Douwes Dekker (Multatuli). Geen echter heeft inet zulke meesterlijke, korte trekken, den belangwekkenden man geschetst als de Standaard. //Nooit harteloos" zeide de Standaard, en dat woord

Sluiten