Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan den overleden Utrechtschen Hoogleeraar Dr. P. de Jong. En in bizondere mate aan Dr. J. C. Matthe*, Hoogleeraar aan de Stedelijke Universiteit te Amsterdam. Niet alleen dank ik aan deze beide leermeesters menig blijk van welwillendheid en menige nuttige onderwijzing: maar vooral heeft mij Prof. Dr. .T. C>. Matthes de heerlijkheid van Archaeologische en Orientalistische studiën doen zien. Nu verandering van arbeidsveld en werkkring mij in staat stelt deze (steeds geliefde, hoewel lang verdrongen) studiën weder op te vatten, acht ik het een weelde, te kunnen aanvangen met een woord van dank aan den geleerde, wiens woord en voorbeeld mij voorheen deze studiën deden begeerlijk achten.

Aan deze dankzegging verbindt zich de dankbare vermelding van Dr. Gr. D. Mathews en zijn zoo hulpvaardig gezin, van Dr. J. L. Maxwell en de zijnen, van Dr. .T. King, Mr. Gr. Armstrong, Dr. E. Dundas Butler, Dr. van Stralen , Dr. Th. Gr. Pinches , Dr. W. Carruthers , Dr. R. Gtarnett, Rev. J. Hctchison M. A., Dr. W. "Wright, Prot. Dr. F. L. Rutgers, Ds. F. Lion Cachet, Dr. P. A. A. Boesek, en al wie voorts in Engeland, Schotland of Nederland mij in grooter of kleiner mate bereidwilligheid hebben betoond, en mij in menig opzicht hebben vergoed, dat ik in den aanvang gewenschte samenspreking met Prof. Dr. A. H. Sayce van Oxford moest missen door zijn afwezigheid tot het doen van onderzoekingen in Egypte. ')

1) Dewijl ziekte den teekenaar, wien de bewerking der illustratiën eerst was opgedragen, noodzaakte zich eindelijk door een ander teekenaar te doen vervangen, is de uitgave van „Gods Kinderen van Ur" zeer vertraagd. Ingevolge deze vertraging lieb ik later het genoegen gehad, een aantal punten uit

Sluiten