Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voegen. Zelfs is hun Koningstitel, ingevolge nun — veroveringen aanvaard, als „Koning van Lr Snmer en \kkad" de vaste titel der Babylonische Koningen de 'eeuwen door gebleven. Sinds een Koedoer Maboeg zijn naam kon schrijven in de weeke tichelsteenen van Lr, is Lr's gloriezon ondergegaan; maar denk eens erug aan de glansrijke dagen van Ur-Bagas, die den grooten tempel van Sin, den Maangod, gebouwd heeft: 100 Meter lang, 64 Meter breed, in vele verdiepingen, metstevige piilaren zich machtig en sierlijk ten hemel verheffend; aan den Noordkant oprijzend als een geweldige muur van m zon gedroogde of zacht gebakken tichelsteenen met een dikke bekleeding van tichelen, die hard gebakken zijn; en aan de andere drie zijden met terrassen inspringend die met trappen van buiten te bestijgen zijn, en zelve reusachtige treden vormen. En heeft zijn opvolger, de machtige en wijdvermaarde Doen-gi, m plaats van zijn steenen die 30 centimeter lang en breed en 8 centimete dik zijn, steenen van 3o bij 7 centimeter genomen, en deze met een soort kalk verbonden , m plaats van me asphalt gelijk zijn voorganger, dat is toch wel een > j van onverminderde macht en zelfbewustheid.

Ur was dan, trouwens, ook gewijd aan de als hoogs vermogend geëerde maangodheid Sin, die bij de oude Akkadiërs nog boven den zonnegod gold. ISaram-É m van A.kkad had haar dienst tot op Cyprus en tot aan de Roode Zee doen kennen. En tempel op tempel werd door

de overwinnaars uit Lr tijdens Lr-bagas en üoen-gi gewijd

aan deze godheid van wie zelfs later het machtige Assyrie

ziin grootheid en oorsprong afleidde.

En Lr werd rijk. In zijn kunstig gemetselde grafgewelven werden de lijken op leemen platen neergelegd m doeken en banden gewikkeld, met den linkerarm op de plaat en het hoofd op een in de zon gedroogd steenen

Sluiten