Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofdkussen, en met een koperen schotel tusschen de beide handen en drinkgereedschap daarbij, om te zorgen voor het ontwaken, maar dan ook verder met menigte van gouden ringen en armbanden en agaten sieraden en andere voorwerpen van weelde, benevens prachtige cylindervormigc steenen boeken, soms zelfs van meteoorsteen. En de huizen der levenden waren nog rijker dan die der dooden. Op leemen terrassen gebouwd van gebrande steenen, hadden zij kamers van de meest uiteenloopende gedaante. De muren der tempels en woonhuizen waren met geëmailleerde steenen bekleed. De steenen der buitenmuren waren door asphalt verbonden. Gangen en zolderingen waren met zorgvuldige bearbeiding gewelfd. De steenen waren vol inschriften; en aan steenen boeken was geen gebrek. Zelfs waren er prachtuitgaven op papyrus geteekend. En voorwerpen van weelde zonder tal op allerlei gebied.

Ur had dan ook zijn groote veroveraars gehad. Urbagas en Doen-gi hadden in menigte van plaatsen den naam van Ur doen eeren en vreezen. En hun groote Koning Ine-Sin had eens Elam aan zich onderworpen; dat Elam, dat nu wrake neemt, en had zoowel het Noordelijke Simurra als het in het Zuiden gelegen Arabië met zijn legers vervuld. Evenzoo weet ieder, dat een dochter uit zijn geslacht tegelijk in Elam en in het Xoord-Syrische Merasj 1) als Hoogepriesteres geregeerd heeft. Heeft trouwens niet in later tijd Koning Eri-Akoe (al was hij niet uit dit geslacht) er nog een eer in gesteld, zich „herder van Ur en zijn tempel" te noemen?

Het oude groote Ur is zeer achteruitgegaan in glorie. Maar nog meer op ander gebied. De overoude bewoners hadden een richting gekend, welke nog aan vage herin-

1) Het Phoenicische Zemar.

2

Sluiten