is toegevoegd aan uw favorieten.

Gods kinderen van Ur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal daarom zelfs den naam van Ur vervangen door dien van Moegajjar 1), of asphaltstad.

Moordend en plunderend gaan deze benden voort. De dienst van Asjtoret met de horens, waarnaar de stad Asjtoreth-Karnaïm heet, redt de Oostelijke Rephaïten niet, al is het een vervorming van den Babylonischen Isjtardienst. De Zoezieten of Zamzoemmiten en de Emieten ondergaan reeds een eerste verzwakking als voorbereiding voor den tijd, waarop de nu nog niet aanwezige Ammoniten hen verbreken zullen, om — op hun beurt teruggedreven door de Amoritische bondgenooten dezer Rephaïtische oudste bewoners des lands — straks deze landen aan de Kinderen Israëls te zien toevallen, wanneer Abrams nakomelingschap den door al deze woelingen gebaanden weg betreden zal. De bergbewoners van Seïr kunnen zich in de vlakten niet staande houden, maar moeten met achterlating van veel begeerlijks, zich terugtrekken in de bergkloven en spelonken, die later hun naam Horiten (lieden van blank ras) doen verklaren als Troglodyten (holbewoners), al staan zij op zóóveel hooger beschavingspeil, dat de later met hen samengesmolten Edomiten weldra zelfs een eigen niet-hiëroglyphisch alphabeth zullen bezitten. Ook de krijgshaftige Amelekiten moeten den weg naar de Roode Zee vrij laten, en zich in hun bergen en woestijnen een veiliger schuilplaats zoeken. En wanneer daarna de streep van bloed en vuur en rookdamp, die hun spoor teekent, ook het WestJordaansche Amoritische Hazezon-Thamar 2) heeft bereikt, nadat zij , over de hoogvlakte der Araba noordwaarts gaande, de Doode Zee in wijden kring zijn omgetrokken, evenals (wellicht onder invloed van het naar Egypte

1) Mugheir.

2) Het latere Engedi.