is toegevoegd aan uw favorieten.

Gods kinderen van Ur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een onderscheid echter, dat blijkbaar de eensgezindheid niet uitsluit. Want zij allen zijn gewikkeld in een levendig gesprek, onder meer ook over de vraag, wat toch Abraham, de Hebreeër, die in zoo menig opzicht van hen afwijkt, met Sara doen zal, nu zij gestorven is. Zal hij haar met gebogen knieën gehurkt in een smal, diep graf zetten, en dat met steenblokken overdekken en omringen gelijk de voorvaderen der Rephaïten? Hij zal haar toch niet op een brandstapel (dan toch zeker van welriekend hout!) verbranden en haar asch in een urn bijzetten? Of zou hij haar soms met meer of minder nauwkeurige navolging van de zeden der lieden uit het Nijlland laten balsemen, gelijk de kooplieden uit Magan. Koesj, en Egypte het wel eens verhalen V Of zou, eindelijk, die Babyloniër gelijk hebben, wiens gissing dooiden met hem herwaarts gekomen Horiet uit de rooskleurige bergen van Seïr gesteund wordt, en die als oplossing de wijze van begraven in doeken en banden gewikkeld op leemen platen en onder leemen overdekking met cylinders aan het handgewricht en huisraad in de handen beschrijft, die hij kent uit Ur, vanwaar immers deze Abraham en Sara afkomstig moeten zijn? En zal hij daartoe een gewelf laten metselen van baksteenen en asphalt, of zal hij zich meer behelpen naar de wijze des lands?

Maar ziet, daar nadert juist de man, die deze raadselen kan oplossen. En hij schijnt daartoe de gelegenheid te willen aanbieden; want hij komt regelrecht op de groep gele, schuinoogige Hethiten af. Hij laat zijn mat door een zijner slaven voor zich uitrollen en neêrleggen, en zet zich dan daarop ernstig zwijgend neder bij hun groep. Daarna volgt met meer dan gewone statigheid de plechtige begroeting zijnerzijds, door de fijnbeschaafde Hethiten straks beantwoord met menigte van vereerende betuigingen, en met al die hoffelijkheid, die hun toch reeds