Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De grondstof voor liet boek is bij den Babyloniër klei of leem. Dat staat met de gesteldheid van zijn land in verband. Waar men, gelijk in Egypte, een land lieeft vol riet en vol rotsen, schrijft men teekenend en schilderend op papyrus en graveert in de rotsblokken. Waar men overvloed van dierenhuiden heeft, komt men allicht tot een of ander perkament. Waar aan rondzwervende lieden (gelijk de in sommige opzichten op de oude Hyksos gelijkende Amerikaansche oude Roodhuiden) dit alles ontbreekt, gebruikt men koorden met knoopen. De op Hethiten gelijkende Chineezen gebruiken een stof, die, naar men beweert, uit rijst vervaardigd wordt, in hun rijstlanden. De Hethiten van Klein-Azië nabij de zilvermijnen gebruiken bij voorkeur zilveren platen, en hebben een (uit zilver verklaarbaar) schrift, dat niet wordt ingegrift maar opgedreven (en dus, waar rotsen zijn, als hoogopliggend schrift uitgebeiteld). In landen rijk aan was, zal langzamerhand de wassen schrijftafel ') de steenen gaan vervangen. En in landen, waar men leisteen kon bekomen, vervangt men de baksteenen tafelen (in gevallen, waar geen duurzaamheid noodig is; want het op leisteen geschrevene kan uitgewischt worden) door leien; terwijl in zeer afgelegen en bosclirijke streken vermoedelijk (althands onze spraakzame geleider heeft zulks wel eens bij geruchte vernomen) op boomschors geschreven wordt. Zoo bestaat er onloochenbaar verband tusschen de woning der volkeren en de stof, waarop men schrijft. En onze geleider zegt, dat hij meent, dit in zijn land zelfs in zóóverre bevestigd te zien, dat in dit tusschen vele groote volken met verschillende boeksoorten

1) Lukas 1 : 03. Evenzoo bestaat er waarschijnlijk verband tusschen het schrijven op bladeren en het schrift van het Malayalam, enz.

Sluiten