Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben, acht dan vrij wel alle leven aan zijn nieuwen Noordoever gestuit.

Niet om het wild gedierte. Want wel kennen deze landen wild gedierte, maar het Noordelijk gedeelte het meest. Daar hebben denkelijk de overoude landsbewoners nog wel te worstelen gehad met de wilde katten, die later nog in het Oosten wel rondzwerven; en de luipaarden van den Libanon. Leeuwen, beren, vossen en jakhalzen kunnen reizigers, landlieden en herders uit hun schuilplaatsen in de Jordaanbosschen vaak veel verdriet verschaffen en doodelijk verderf. De wolven en hyaena's vindt men ook bij de Doode Zee wel. Maar de onbewoondheid der Doode Zee-streek ligt, ondanks den schoonen aanblik van haar prachtig donkerblauw water en sierlijke bergvormen, in het sterke zoutgehalte dezer olieachtige, walgelijk zilte, dikke watermassa met haar sterke verdamping en haar moerassige uiteinden.

Aan een tocht naar Jerusalem langs den schoonen stroom in het midden des lands valt dus niet te denken. Wilt Gij uit het schoone Oost-Jordaanland naar Jerusalem , doorwaad dan den stroom aan een zijner veren. Maar zie eerst nog naar het schoone Oosten terug. De geleidelijk van het Oosten oploopende hoogvlakte daalt steil af naar de Jordaanvallei. En menige berg van tusschen 3000 en 4000 voet biedt er Uw verrukten blik een heerlijk schouwspel aan; hetzij Gij terugdenkt aan het Oostelijk Haurangebergte, dat zich tot meer dan 5000 voet verheft, of dat Gij ziet naar den Nebo, meer in het Westen, al is deze slechts een 2500 voet hoog. Heerlijke weiden, vruchtbare akkers, dichte bosschen, koele spelonken, snelle bergstroomen maken dit land der I' ephaïten, Zoezieten of Zamzoemmiten en Emieten, dat later Manasse, en Basan, en Ammon, en Moab, en Gilead, en Ruben, en dergelijke zal genoemd worden, tot een reeks oorden vol rijke verrukking, wanneer maar de vroege regen

6

Sluiten