Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van October en de spade regen van Maart niet uitblijven.

De eerste der groote wegen naar Jerusalem is die, welke uit deze streken ten Noorden van liet latere Tiberiasmeer over de Jordaan voert en dan door de vlakte voorbij het Maclieta der Egyptenaren (het bekende Megiddo) naar de Middellandsche Zee gaat. Daar vereenigt zicli deze weg met den tweeden grooten verkeersweg, die, langs de Middellandsche Zee, bijna geregeld de Westelijke kustvlakte volgend, de gewone weg is der Egyptische legers, en steeds meer door Babylonische en Egyptische inschriften levendig en leerrijk wordt. Zij is de verbinding met het Noorden. De derde weg blijft zoo lang mogelijk ten Oosten van de Jordaan en vindt dan overgang nabij Jericho.

De groote steden hebben voorts in het Westjordaanland nog verbinding over de hoogvlakte der van Noord naar Zuid geheel dat land doorloopende gebergten, wanneer men niet (Westelijk eerst uitwijkend) de groote vlakte wil doortrekken der Kanaaniten, aan wier Noordelijk deel de naam „Vlakte van Saron " zal worden gegeven, met haar zacht, warm , gelijkmatig. klimaat, of de (straks naar latere veroveraars „ Philistijnenvlakte" genoemde) vlakte der Sjephela ten Zuiden hiervan. Vlakten, rijk aan altijd groene struiken en kort bloeiende lentebloemen. Met menigte van tulpen en anemonen, myrten en oleanders, rozen en leliën. Vol pijnboomen, olijfboomen en sykomoren.

Gaat Gij echter over de Westelijke hooglanden, dan vindt Gij eiken en konifeeren in groepen, menigte van stekelplanten en rijke bosschen (door vele oorzaken later verminderend) van eiken en terpentijnboomen. tamarisken en cypressen, en soms ook afgewisseld door dennen.

Hoogten en dalen, welke laatsten steeds Oostelijk en Westelijk den bergkam insnijden (of, als bij Megiddo, doorsnijden) zijn voorts voorzoover steden, dorpen, weiden en wouden er plaats voor laten of ruimen, bedekt met allerlei

Sluiten