Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tengevolge van de velerlei invloeden, die op deze landen ingewerkt hebben, vinden wij er nu alles als in een overgangsperiode. De Minaeërs uit het Arabische Priesterrijk Maïn, de Horieten, die zich nu meer teruggetrokken hebben naar de streken van het Seïrgebergte, de langs de Oostzijde van de Jordaan doorgetrokken en nu van het Zuiden steeds meer opdringende Amoritisclie <?n Hethitische stammen, de Kanaaniten. die ten deele naar de Xijlmonden in Egypte gaan, en dat Kapht-oer l) (Groot Phoenicië) noemen2), maar ook in steeds grooter menigte van Tyrus en Sidon Zuidwaarts stroomen langs de zee, en geheel het Westelijk laagland Kanaan vullen, maar tevens vandaar uit in menig ander deel dezer landen ban invloed doen gevoelen en de andere landsbevolking in zich opnemen, — voorwaar 't is een bonte mengeling, die wellicht straks aan Zanzoemiten en Emiten, aan Rephaïten en Enakiten bijna niet meer zal doen denken; ja hen wellicht geheel zou doen vergeten zoo zij niet m het deel van Megiddo, in de diepe vallei der Jordaan, en in het Oostjordaanland hun geweldige gedenkteekenen en graven achterlieten. In dit land vol wisseling en overgang komt nu telkens de vaste en voortgaande beschaving der streken van Babel en Akkad, soms door reizigers, soms door landverhuizers, soms door legers, soms zelfs door bezoeken van een of anderen „ Koning der Koningen" met al zijn luister en verhevenheid. Natuurlijk wordt dus de tint van het geheel overwegend

Babylonisch gekleurd.

Zoo zijn de rotswoningen, meer en meer op den achteigrond gerakend, achtergrond en ondergrond van gebouwde woningen geworden. Zoo is bij het bouwen der woningen

1) Evenals de naar Zuid-Italië verhuizende Grieken dit Groot-Griekenland

noemden. ..

2) Van hier de naam Kaphtoriten voor de latere Plulistijnen.

Sluiten