Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rijkdom van welig groen in allerlei schakeering verkwikt het oog. Bergen met dichte bosschen bedekt of met welbeplante terrassen vol liefelijke landbouwvruchten als bekleed omringen U. Zien wij stadwaarts, dan is daai bonte overvloed van kubussen en koepels, verscheiden in grootte en vorm en kleur, met al de afwisseling van dakvertrekken en borstweringen en koepeltorens en rotsgewelven en daktuinaanleg hier en daar, als opkruipend tegen de berghelling en ter krooning van den top.

En zien wij liever rondom, dan zijn vruchtbare terrassen aan den boezem der bergen, of rijke wouden (vooral ook van olijfboomen), hun kruin bekroonend en hun hellingen sierend, de verlustiging van ons oog. Tijden van oorlog en vernieling zullen deze heerlijke wouden wel dunnen, en het bouwen met hout tot kostbare weelde doen worden, indien tochten als van Kedor-Laomer zich herhalen, of de van verschillende zijden herwaarts opdringende volkeren met de Rephaïten, Zoeziten en Enakiten of met elkander in botsing komen. Maar wat ook de toekomst verberge, voor het heden zijn Moria's bergen met bosschen heerlijk bekleed, zoowel op als rondom het plateau van Jerusalem.

Wat is dit plateau scherp begrensd en diep ingesneden! Ziedaar dat Kidrondal een steeds dieper bedding vormen voor den stroom, die (omdat de vele bosschen ook \iij veel regenval geven) een groot deel van het jaar zich daar heenslingert van het Xooi'dwesten naar het Zuidoosten, aan den voet eens hoogen bergs. Yolg zijn loop, die nu recht naar het Zuiden gaat en ons plateau van den Olijfberg scheidt; nu is het dal niet breed en \ lak meer, maar tamelijk diep en steil. Daar mondt (van het Westen naar het Oosten getrokken) als Zuidergrens van ons hoogland een ander dal ') er in uit. En andere diepe

1) Het latere Hinnomdal.

Sluiten